ECLI:NL:PHR:2011:BQ7790
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken grieven
Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen een veroordeling wegens medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en diefstal. De verdachte had geen schriftuur met grieven ingediend binnen de wettelijke termijn en ook ter terechtzitting geen mondelinge bezwaren geuit.
De Hoge Raad overweegt dat de rechter niet altijd expliciet hoeft te vermelden dat hij onderzoek heeft gedaan naar de geldigheid van de dagvaarding, zolang uit de uitspraak blijkt dat de dagvaarding geldig is. In deze zaak was de dagvaarding geldig betekend.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het niet-ontvankelijk verklaren van het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven niet in strijd is met artikel 14, vijfde lid, van het IVBPR, dat het recht op behandeling in twee instanties garandeert. De verdachte kan immers zelf de behandeling in tweede aanleg vormgeven door tijdig grieven in te dienen. Tegen de niet-ontvankelijkverklaring staat cassatie open.
De Hoge Raad verwerpt de middelen van cassatie en bevestigt het arrest van het hof.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het niet indienen van grieven binnen de wettelijke termijn.