ECLI:NL:PHR:2011:BQ7302
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bindende werking schikking curator in faillissementsprocedure
Verzoeker is na surséance van betaling in staat van faillissement verklaard en heeft zich tot de rechter-commissaris gewend met verzoeken om de curator te sommeren lopende procedures niet te royeren en conservatoire beslagen te handhaven zolang de vorderingen van de Belastingdienst niet definitief vaststaan.
De curator heeft met voorafgaande toestemming van de rechter-commissaris een schikking ter finale kwijting gesloten met de wederpartij in een procedure die door de curator is overgenomen. Deze schikking is bindend voor de boedel en is inmiddels uitgevoerd. Hierdoor kan verzoeker de procedure niet meer voortzetten buiten het faillissement.
De rechtbank heeft de verzoeken van verzoeker afgewezen en dit oordeel is door de Hoge Raad bevestigd. De klachten van verzoeker over motivering, schending van het recht op een eerlijk proces en het niet horen van zijn advocaten zijn ongegrond verklaard. De Hoge Raad concludeert dat de curator bevoegd was de schikking te sluiten en dat deze de boedel bindt, waardoor de verzoeken van verzoeker niet toewijsbaar zijn.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de schikking van de curator met toestemming van de rechter-commissaris is bindend voor de boedel.