ECLI:NL:PHR:2011:BQ4663
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling juiste rechtsgang bij inbeslagname auto wegens openstaande boetes
Klager, een taxichauffeur, zag zijn auto in beslag genomen worden wegens openstaande boetes, waardoor hij niet kon werken en inkomsten misliep. De rechtbank verklaarde klager niet-ontvankelijk in zijn beklag omdat de auto niet onder beslag van artikel 552a Sv zou vallen en er geen strafrechtelijk onderzoek tegen hem liep. De rechtbank oordeelde dat het beklag niet het juiste rechtsmiddel was.
De raadsman van klager stelde dat het beslag mogelijk krachtens de WAHV was gelegd, maar de rechtbank gaf geen duidelijkheid over de grondslag van het beslag. De Hoge Raad constateerde dat uit de stukken niet blijkt welke titel het beslag heeft en dat de rechtbank niet had moeten oordelen over ontvankelijkheid zonder eerst duidelijkheid te verschaffen.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank om te onderzoeken wat de grondslag van het beslag is, welke rechtsgang openstaat voor klager en om de stukken door te zenden aan de bevoegde instantie voor behandeling van het beroep. Hierdoor krijgt klager alsnog de mogelijkheid om tegen het beslag op te komen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en wijst de zaak terug voor nadere beoordeling van de grondslag van het beslag en de juiste rechtsgang.