ECLI:NL:PHR:2011:BQ3898
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming voor afgifte Nederlands paspoort aan minderjarige ondanks bezwaren vader
De zaak betreft een verzoek tot vervangende toestemming voor het verkrijgen van een Nederlands paspoort voor een minderjarige dochter, waarbij de vader zijn toestemming weigerde. De moeder had de rechtbank verzocht om deze toestemming te vervangen, omdat het paspoort nodig was voor een voorgenomen reis naar Iran.
De rechtbank verleende de vervangende toestemming en veroordeelde de vader in de proceskosten, waarna het gerechtshof dit bekrachtigde. Het hof oordeelde dat de vader onvoldoende had onderbouwd waarom het verkrijgen van een Nederlands paspoort bezwaarlijk zou zijn, mede omdat de dochter al over een Iraans paspoort beschikte en veilig naar Iran had kunnen reizen.
De vader stelde in cassatie dat het hof onvoldoende had gemotiveerd en onvoldoende rekening had gehouden met de gevaren van een reis naar Iran en het Iraanse recht. De Hoge Raad verwierp deze klachten, oordeelde dat de motivering van het hof toereikend was en dat Nederlands recht leidend is bij de afgifte van een Nederlands paspoort. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de vervangende toestemming voor het Nederlandse paspoort wordt bevestigd.