1 Zie het arrest van het hof Arnhem van 18 augustus 2009, rov. 3.2.1-3.2.11.
2 Voor zover van belang. Zie voor het volledige procesverloop in eerste aanleg het vonnis van de rechtbank Almelo van 14 maart 2007, onder "Het procesverloop", en voor het procesverloop in hoger beroep het bestreden arrest, rov. 2.
3 LJN AU4737.
4 Zie het petitum in de memorie van grieven. In de appeldagvaarding was voorts de vordering opgenomen dat het hof de maatschap zal veroordelen om al hetgeen Tepton ter uitvoering van het bestreden vonnis aan de maatschap heeft voldaan aan Tepton terug te betalen, vermeerderd met - kort gezegd - de wettelijke rente.
5 De cassatiedagvaarding is op 17 november 2009 uitgebracht.
6 Waarbij Tepton heeft volstaan met een verwijzing naar de cassatiedagvaarding.
7 Onrechtmatige daad (W.G. Huijgen), VI.1. Beroeps- en dienstenaansprakelijkheid, algemeen, aant. 7 (nadere verwijzingen in aant. 2).
8 Cassatiedagvaarding, p. 3.
9 Zie Kamerstukken II, zitting 1958-1959, 5380, nr. 3, p. 22 en 36; Kamerstukken II, zitting 1962-1963, 5380, nr. 5, p. 37-38; HR 1 april 2005, BNB 2005, 208; conclusie van mijn ambtgenoot Van Ballegooijen vóór HR 10 maart 2006, BNB 2006, 246; R.Russo, Vervangingsreserve, Fiscale Monografieën nr. 62, § 6.2.4; G.M.M. Michielse, De vervangingsreserve, FED, 1995, p. 26 en 60.
10 Vakstudie IB 1964 bij art. 14, Inleiding; Russo, a.w., p. 84; Michielse, a.w., p. 26.
11 Russo, a.w., p. 84; Michielse, a.w., p. 27.
12 Russo, a.w., § 6.2.2; plv. P-G Van Soest in zijn conclusie vóór HR 27 augustus 1997, LJN AA3292 (BNB 1998, 62), onder 6.1-6.2.
13 Zie o.m. HR 31 mei 1991, LJN ZC0261 (NJ 1993, 112 m.nt. Brunner); HR 17 december 2004, LJN AO9556 (NJ 2005, 152 m.nt. T. Koopmans); HR 21 april 2006, LJN AU4548 (NJ 2006, 271).
14 Dat geldt ook voor twee klachten van middel II (p. 7 laatste al. / p. 8 1e al. en p. 10, voorlaatste alinea) en de slotklacht van middel IV.
15 HR 21 oktober 2005, LJN AU4737, rov. 3.2.2.
16 MvG, nr. 42 e.v. met bijbehorende productie 3, p. 3; MvA, nrs. 1.4, 3.4.1-3.4.4 en 3.6.2; pleitnota mr. Vandeginste van 27 augustus 2008, p. 9; pleitnota mr. Van der Voort Maarschalk, nr. 3.
17 MvG, nr. 55 e.v.
18 HR 27 augustus 1997, BNB 1998/62 m.nt. G. Slot; HR 26 augustus 1998, LJN AA2546; R. Russo, Vervangingsreserve, 1993, Kluwer, nr. 6.2.7, p. 84.
19 Cassatiedagvaarding, p. 8, 2e alinea.
20 Vaste jurisprudentie; zie o.m. HR 9 juli 2004, LJN AO7817 (NJ 2005, 270 m.nt. Asser); HR 9 juli 2010, LJN BL3262 (JOR 2005, 295 m.nt. Ravels).
21 Cassatiedagvaarding, p. 9, 1e alinea na citaat.
22 Cassatiedagvaarding, p. 9, 2e alinea na citaat.
23 Zie rov. 3.2.6 van het bestreden arrest.
24 Cassatiedagvaarding, p. 10, 2e alinea.
25 Cassatiedagvaarding, p. 10-11.
26 Cassatiedagvaarding, p. 12, 3e alinea na citaat.
27 Cassatiedagvaarding, p. 12, laatste alinea en p. 13, 3e alinea.
28 Cassatiedagvaarding, p. 13, 2e alinea.
29 MvA, productie 21.
30 Cassatiedagvaarding, p. 16, slot 1e alinea.
31 Pleitnota mr. Vandeginste van 27 augustus 2008, nr. 24, 2e alinea, met verwijzing naar de door Tepton - voorafgaand aan het pleidooi - als productie f.2 overgelegde schadeberekening.
32 Pleitnota mr. Van der Voort Maarschalk van 27 augustus 2008, p. 6, nr. 11.
33 Cassatiedagvaarding, p. 16, 2e alinea met verwijzing naar de pleitnota van mr. Vandeginste van 27 augustus 2008, nr. 24. In het A-dossier ontbreekt p. 14.
34 Zie bijv. HR 11 juli 2008, NJ 2008, 401.
35 Zie voor de vierde klacht van middel IV (cassatiedagvaarding, p. 16) noot 13.
36 Cassatiedagvaarding, p. 17, voorlaatste alinea.
37 Cassatiedagvaarding, p. 18, 2e en 3e alinea.
38 Cassatiedagvaarding, p. 18 laatste alinea en p. 19, alinea 1 en 2.
39 Cassatiedagvaarding, p. 19, laatste alinea.
40 Cassatiedagvaarding, p. 20, voorlaatste alinea.
41 De middelen V en VI verwijzen ook herhaaldelijk naar de memorie van grieven.
42 30 september 1991/nr. DB91/2310, Staatscourant 1991, 189. Zie ook onder 1.9.
43 Zie ook rov. 3.2.7.
44 Zie rov. 4.11.1 en de in cassatie niet bestreden rov. 4.11.2. Zie voorts de uitspraak van de Raad van Tucht van 26 januari 2007 (prod. 20 bij de akte van [verweerder] c.s. van 14 februari 2007, p. 15) en de uitspraak van de Raad van Beroep van 2 oktober 2007 (prod. 21 bij MvA, onder 2.6).
45 Zie de in cassatie niet bestreden rov. 3.2.7 en rov. 4.11.1.
46 Cassatiedagvaarding, p. 18, laatste alinea, en p. 19. Verwezen wordt naar de par. 87 en 88 van de memorie van grieven, doch daarin valt genoemd betoog niet te ontdekken.