ECLI:NL:PHR:2011:BQ2073
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Wijziging partneralimentatie afgewezen wegens onvoldoende bewijs van hoger vermogen vrouw
Partijen waren gehuwd en gescheiden, waarbij de vrouw aan de man partneralimentatie betaalde. De vrouw verzocht de rechtbank om deze alimentatie te verlagen of op nihil te stellen wegens onvoldoende draagkracht. De man voerde verweer en stelde dat de vrouw meer vermogen had dan opgegeven, en bood aan dit met getuigen te bewijzen.
De rechtbank stelde dat de man onvoldoende concrete feiten en omstandigheden had gesteld om de stelling van een hoger vermogen te onderbouwen en stelde de alimentatie op nihil. Het hof bekrachtigde deze beslissing en overwoog dat het bewijsaanbod van de man niet werd toegelaten omdat hij de feiten niet voldoende had betwist.
In cassatie stelde de man dat het hof ten onrechte het bewijsaanbod had gepasseerd, in strijd met het vrijstaan van tegenbewijs. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de man niet hoefde toe te laten tot het leveren van tegenbewijs omdat het aanbod niet voldeed aan de eisen van art. 166 Rv Pro, aangezien de feiten niet voldoende waren betwist. De cassatie werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de partneralimentatie blijft op nihil gesteld.