ECLI:NL:PHR:2011:BQ1686
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid tweede verzoek tot opheffing faillissement onder schuldsaneringsregeling
De zaak betreft het verzoek van een gefailleerde tot opheffing van haar faillissement onder gelijktijdige toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Na een eerste verzoek dat ontvankelijk werd verklaard vanwege het niet verzenden van een brief door de griffier, diende verzoekster een tweede verzoek in. Dit tweede verzoek werd door het hof niet-ontvankelijk verklaard.
In cassatie stond centraal of op grond van art. 15b van de Faillissementswet een tweede verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling mogelijk is indien de griffier heeft nagelaten de in art. 3 Fw Pro bedoelde brief te versturen. De Hoge Raad bevestigde dat slechts één beroep op de verontschuldigbare termijnoverschrijding mogelijk is gedurende hetzelfde faillissement.
De Hoge Raad motiveerde dat de brief bedoeld is om de schuldenaar te informeren over de mogelijkheid tot een verzoek tot schuldsaneringsregeling. Indien deze brief niet wordt verzonden, voorziet art. 15b Fw in een mogelijkheid om alsnog een verzoek te doen. Na gebruik van deze mogelijkheid kan niet opnieuw een beroep op de termijnoverschrijding worden gedaan.
De Hoge Raad verwierp de klachten van verzoekster en bevestigde dat het systeem van de Faillissementswet een tweede omzettingsverzoek in deze omstandigheden uitsluit. De conclusie was dat het tweede verzoek niet ontvankelijk is, waarmee het arrest van het hof werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het tweede verzoek tot opheffing van het faillissement onder schuldsaneringsregeling is niet ontvankelijk verklaard.