ECLI:NL:PHR:2011:BQ0712

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04454
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 1 onder b FwArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw

Verzoeker tot cassatie heeft samen met haar echtgenoot een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank Amsterdam wees dit verzoek bij vonnis af op 1 juni 2010. Het hof Amsterdam bekrachtigde dit vonnis bij arrest van 5 oktober 2010 na een tussenarrest van 23 juli 2010.

Het hof oordeelde dat drie schulden van verzoeker – een huurschuld, een schuld aan IBM Finance en een schuld aan Interbank – zijn ontstaan binnen vijf jaar voorafgaand aan het verzoek en dat niet aannemelijk is gemaakt dat verzoeker te goeder trouw was bij het ontstaan of het onbetaald laten van deze schulden. De overige schulden, genoemd in het verzoekschrift, werden door het hof niet in aanmerking genomen bij de beslissing.

In cassatie wordt deze grondslag voor de bekrachtiging van het vonnis niet bestreden. Het cassatieberoep kan daarom niet slagen en wordt verworpen. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot afwijzing van het cassatieberoep.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling blijft afgewezen wegens gebrek aan goede trouw.

Conclusie

Zaaknummer: 10/04454
mr. Wuisman
Parketdatum: 25 maart 2011
CONCLUSIE inzake:
[Verzoeker]
verzoeker tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
1. Voorgeschiedenis
1.1 Verzoeker tot cassatie heeft samen met haar echtgenoot op 4 maart 2010 bij de rechtbank Amsterdam een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend. Bij vonnis d.d. 1 juni 2010 heeft de rechtbank het verzoek afgewezen. Dit vonnis heeft het hof te Amsterdam, na een tussenarrest d.d. 23 juli 2010((1)), bij arrest van 5 oktober 2010 bekrachtigd.
1.2 Bij een op 13 oktober 2010 en daarmee tijdig bij de griffie van de Hoge Raad ingediend verzoekschrift is verzoeker tot cassatie van het arrest van 5 oktober 2010 van het hof in cassatie gekomen.
2. Bespreking van het cassatieberoep
2.1 Het hof komt tot de bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank na ten aanzien van een drietal schulden van [verzoeker] - (een huurschuld, een schuld aan IBM Finance en een schuld aan Interbank) - geoordeeld te hebben dat zij zijn ontstaan in de periode van vijf jaren voorafgaande aan het indienen van het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling en dat niet aannemelijk is gemaakt dat verzoeker tot cassatie te goeder trouw is geweest bij het ontstaan of onbetaald laten van die schulden (rov 2.3). Hetgeen in het verzoekschrift wordt aangevoerd, raakt deze grondslag voor bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank niet. In het verzoekschrift - zie met name sub 4.3, 4.4 en 4.6 - wordt aangehaakt bij de 'overige schulden', waarvan het hof gewag maakt in de voorlaatste zin van rov. 2.1. Die 'overige schulden' heeft het hof echter niet in aanmerking genomen bij zijn beslissing tot bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank; zie met name de eerste drie volzinnen van rov. 2.3. Dit betekent dat de door het hof voor de bekrachtiging van het vonnis aangehouden grondslag in cassatie onbestreden blijft. Het cassatieberoep kan bijgevolg niet tot cassatie leiden.
3. Conclusie
De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
1. Dit tussenarrest bevindt zich niet in het overgelegde procesdossier en wordt overigens in cassatie ook niet bestreden.