ECLI:NL:PHR:2011:BP9397

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
24 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00531 B
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 116 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid van beklag tegen teruggave van inbeslaggenomen auto aan derde

Klager diende een beklag in tegen de teruggave van een onder hem in beslag genomen personenauto van het merk Opel Corsa, die zonder toepassing van artikel 116, derde lid, Sv aan een ander dan klager was teruggegeven. De rechtbank verklaarde het beklag niet-ontvankelijk omdat het beslag niet meer rustte op de auto.

De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het beklag niet-ontvankelijk heeft verklaard. Omdat niet is vastgesteld dat artikel 116, derde lid, Sv is toegepast bij de teruggave, moet worden aangenomen dat de auto zonder toepassing van deze bepaling aan een derde is teruggegeven. Hierdoor heeft het beklag het karakter van een beklag tegen het voornemen van de officier van justitie om de auto aan een ander terug te geven, alsof de teruggave nog niet had plaatsgevonden.

De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor hernieuwde behandeling op basis van het bestaande klaagschrift. Er zijn geen gronden voor ambtshalve vernietiging gevonden.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beklag en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.

Conclusie

Nr. 10/00531 B
Mr. Silvis
Zitting: 15 maart 2011
Conclusie inzake:
[Klager]
1. De Rechtbank te 's-Gravenhage heeft bij beschikking van 22 september 2009 klager in zijn ingediende beklag, strekkende tot teruggave aan hem van een onder hem in beslag genomen personenauto, niet-ontvankelijk verklaard.
2. Namens klager heeft mr. M.J.M. Strijbosch, advocaat te Eindhoven, een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat de rechtbank klager ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn beklag.
4. De bestreden beschikking houdt in, voor zover van belang:
"Vast staat dat bedoelde personenauto van het merk: Opel Corsa met kenteken [AA-00-BB] op 4 april 2009 onder klager in beslag is genomen. Gebleken is dat de inbeslaggenomen personenauto inmiddels aan een ander dan klager is geretourneerd. Derhalve rust er geen beslag in de zin van artikel 552a Sv meer op de personenauto en dient de rechtbank klager wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk te verklaren in zijn klaagschrift."
5. Het middel is terecht voorgesteld. Het klaagschrift houdt onder meer in dat de onder klager inbeslaggenomen auto is teruggegeven aan de eigenaresse zonder dat klager daarover is gehoord. Bij de behandeling in raadkamer is door de verdediging voorts aangevoerd dat de officier van justitie bij de teruggave, art. 116, derde lid, Sv niet heeft toegepast. Dat is niet weersproken door de officier van justitie en de rechtbank heeft daaromtrent niets vastgesteld. Gelet daarop en nu overigens uit het dossier ook niet blijkt dat art. 116, derde lid, Sv is toegepast, moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat de auto zonder toepassing van die bepaling is teruggegeven aan een ander dan de beslagene. In een dergelijk geval moet het ervoor worden gehouden dat het beklag van de beslagene het rechtskarakter heeft van een beklag omtrent het voornemen van de officier van justitie om in afwijking van de hoofdregel van art. 116 Sv Pro het inbeslaggenomen voorwerp aan een ander dan de beslagene te doen teruggeven, alsof deze teruggave nog niet had plaatsgevonden.(1) De klager kan in dat geval dus worden ontvangen in zijn beklag. Gelet daarop heeft de rechtbank ten onrechte het beklag van klager niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beslag inmiddels was opgeheven door de teruggave.
6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de beschikking waarvan beroep en tot verwijzing van de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage, ten einde opnieuw recht te doen op basis van het bestaande klaagschrift.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Vgl. HR 20 februari 2007, LJN AZ1656, NJ 2007/149 en HR 30 januari 1996, LJN AD2480, NJ 1996/526.