ECLI:NL:PHR:2011:BP8826
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging alimentatieverplichting na scheiding en huurinkomsten uit pand
De zaak betreft een verzoek van de man tot beëindiging van zijn alimentatieverplichting aan zijn ex-partner, die voortvloeit uit een echtscheidingsbeschikking van 1989. De man had sinds 2005 geen alimentatie meer betaald, terwijl de wettelijke indexering de alimentatie in 2007 op €3.174,41 per maand bracht. De vrouw, geboren in 1936, was tijdens het huwelijk niet werkzaam geweest, maar werkte na de scheiding weer als verpleegkundige en ontving daarnaast pensioen en een onvolledige AOW-uitkering.
De vrouw bezit een pand waarvan zij de parterre en eerste etage bewoont, terwijl de tweede etage leegstaat en gerenoveerd moet worden om verhuurd te kunnen worden. De derde etage verhuurt zij aan een dochter. De man had financieel bijgedragen aan de aankoop en verbouwing van het pand.
De rechtbank had de alimentatieverplichting verlengd tot 1 januari 2012 met een maandelijkse alimentatie van €2.000 vanaf 1 januari 2009, exclusief indexering. Het hof bekrachtigde dit oordeel en verwierp het verzoek van de man tot beëindiging van de alimentatie, onder meer omdat de vrouw aannemelijk had gemaakt dat de huurinkomsten onvoldoende zijn om de alimentatieverplichting te beëindigen. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de man en bevestigde dat de alimentatieverplichting niet op nihil kan worden gesteld op grond van de potentiële huurinkomsten.
Uitkomst: De alimentatieverplichting van de man aan de vrouw wordt verlengd tot 1 januari 2012 met een maandelijkse bijdrage van €2.000 vanaf 1 januari 2009, exclusief indexering.