ECLI:NL:PHR:2011:BP4808
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt partneralimentatie en woonlastenregeling na echtscheiding
In deze zaak staat de onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw na hun echtscheiding centraal. De rechtbank heeft de echtscheiding uitgesproken en de alimentatie vastgesteld, waarna het hof de alimentatie aanzienlijk heeft verlaagd. De vrouw stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest, met name gericht op de beoordeling van de woonlasten verbonden aan de voormalige echtelijke woning.
Het hof had geoordeeld dat de vrouw alle lasten van de woning draagt indien deze op 1 september 2009 nog niet was verkocht, conform de vaststellingsovereenkomst tussen partijen. De vrouw betoogde dat het hof ten onrechte uitging van de situatie vóór 1 september 2009, terwijl het hof juist moest beoordelen op basis van de situatie ná die datum.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn oordeel baseerde op de beschikbare informatie en dat het onduidelijk was of partijen de gemaakte afspraken daadwerkelijk hadden uitgevoerd. De onbekendheid met de feitelijke situatie na 1 september 2009 is toe te rekenen aan partijen zelf, die het hof niet nader hebben geïnformeerd. Daarom faalt het middel van de vrouw en wordt het cassatieberoep verworpen.
De Hoge Raad ziet geen noodzaak tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling en wijst het beroep af met toepassing van artikel 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en het hofarrest blijft in stand.