ECLI:NL:PHR:2011:BP4807
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over partneralimentatie en devolutieve werking van appel bij wijziging alimentatieverzoek
Partijen zijn gehuwd geweest en gescheiden met twee kinderen. De vrouw vroeg in hoger beroep partneralimentatie, waarbij zij tijdens de mondelinge behandeling aangaf bereid te zijn haar verzoek te verminderen tot €1.420 per maand. Het hof wees echter een hoger bedrag van €2.450 per maand toe. De man stelde cassatie in en betoogde dat het hof buiten de rechtsstrijd trad door meer toe te wijzen dan verzocht.
De Hoge Raad overwoog dat de uitleg van processtukken aan de feitenrechter is voorbehouden, maar dat het hof onbegrijpelijk handelde indien het de mededeling van de vrouw over de vermindering niet als zodanig opvatte. De vrouw had echter geen ondubbelzinnige vermindering van haar verzoek kenbaar gemaakt, zodat het hof binnen de grenzen van de rechtsstrijd bleef. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het hof de draagkrachtverweren van de man, die in eerste aanleg waren gevoerd, vanwege de devolutieve werking van appel alsnog moest beoordelen en dat dit ook was gebeurd.
Verder achtte het hof de woon- en autokosten van de vrouw redelijk en voldoende gemotiveerd, ondanks de bezwaren van de man. De Hoge Raad bevestigde dat de rechter bij alimentatiezaken niet aan hoge motiveringseisen hoeft te voldoen en dat actuele gegevens mogen worden betrokken mits hoor en wederhoor in acht wordt genomen. De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest en verwees de zaak naar het hof voor verdere behandeling binnen de juiste grenzen van de rechtsstrijd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling binnen de grenzen van de rechtsstrijd.