ECLI:NL:PHR:2011:BP4799
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens aanleg hennepplantage in woning
In deze zaak stond centraal of het feit dat in een gehuurde woning een hennepplantage in een vergevorderd stadium van aanleg werd aangetroffen, een tekortkoming oplevert die ontbinding van de huurovereenkomst door de verhuurder rechtvaardigt. Zowel de rechtbank als het hof hadden dit bevestigd. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat het aanleggen van bedrijfsmatige voorzieningen in een woning, bedoeld als woonruimte, een tekortkoming vormt die de ontbinding rechtvaardigt.
De Hoge Raad benadrukte dat het gebruik van de woning voor het aanleggen van een professionele hennepplantage niet valt onder het geoorloofde woongebruik en dat dit reeds een tekortkoming inhoudt, ook als de plantage nog niet in gebruik was genomen. Daarnaast wees de Hoge Raad erop dat de huurder niet verplicht is om een ingebrekestelling te ontvangen bij schendingen van niet-doen verplichtingen, zoals hier het geval was.
Verder verwierp de Hoge Raad bezwaren over de bewijslastverdeling en het ontbreken van een mogelijkheid tot terugtred, omdat het hof aannemelijk had gemaakt dat sprake was van reeds voltooide tekortkomingen en dat de huurder niet aannemelijk had gemaakt dat hij vrijwillig zou zijn teruggetreden. De conclusie was dat het cassatieberoep ongegrond is en de ontbinding van de huurovereenkomst terecht is.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontbinding van de huurovereenkomst wegens aanleg van een hennepplantage wordt bevestigd.