ECLI:NL:PHR:2011:BP4638
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens verduistering van geschonken geld met doelbinding voor plastische chirurgie
De verdachte ontving van een derde een bedrag van circa €42.200,- als schenking met de uitdrukkelijke doelbinding dit te besteden aan plastische chirurgie. Het hof stelde vast dat zij slechts een deel van het geld daadwerkelijk aan cosmetische ingrepen besteedde, terwijl zij een substantieel bedrag voor andere doeleinden gebruikte, zoals winkelen, advocaatkosten, casino en notaris.
Het hof oordeelde dat de schenking onder opschortende voorwaarde was gedaan, waardoor de verdachte wel houder was van het geld, maar niet de eigenaar, zolang zij het niet voor het beoogde doel aanwendde. Door het geld voor andere doeleinden te besteden, heeft zij zich het geld wederrechtelijk toegeëigend en daarmee verduisterd. De verdachte kon het geld niet meer terugbetalen, wat de situatie verergerde.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp de cassatiemiddelen van de verdachte. De Hoge Raad benadrukte dat de doelbinding van het geschonken geld een opschortende voorwaarde vormde, waardoor verduistering mogelijk was. De strafrechtelijke veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf bleef in stand.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor verduistering van geschonken geld met een voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf.