ECLI:NL:PHR:2011:BP4339
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wettelijke maatstaf en motivering bij onderbewindstelling van meerderjarige
In deze zaak stond de vraag centraal of aan de wettelijke eisen van artikel 1:431 lid 1 BW Pro was voldaan voor het instellen van een onderbewindstelling over twee panden van betrokkene. Betrokkene was vanwege zijn lichamelijke en/of geestelijke toestand niet in staat zijn vermogensrechtelijke belangen naar behoren waar te nemen, hetgeen leidde tot dreigende kapitaalvernietiging door openbare verkoop.
De kantonrechter stelde het bewind in en benoemde een stichting als bewindvoerder. Het hof bekrachtigde deze beslissing en wees een hoger beroep van betrokkene af, waarbij het hof oordeelde dat een deskundigenbericht niet noodzakelijk was om vast te stellen dat betrokkene niet in staat was zijn belangen te behartigen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat het aan de rechter is om te beoordelen of een deskundigenonderzoek nodig is.
Verder overwoog de Hoge Raad dat een onderbewindstelling een minder ingrijpende maatregel is dan ondercuratelestelling en geschikt is voor situaties waarin betrokkene niet alle rechtshandelingen kan verrichten maar wel bepaalde minder veeleisende handelingen. De Hoge Raad verwierp ook de klachten over de motivering van de proceskostenveroordeling en de vermeende onvoldoende terughoudendheid bij het opleggen van het bewind.
De conclusie van de Hoge Raad luidt dat het beroep in cassatie wordt verworpen, waarmee de onderbewindstelling en proceskostenveroordeling in stand blijven.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de onderbewindstelling blijft gehandhaafd.