ECLI:NL:PHR:2011:BP3034
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt nihilstelling partneralimentatie met terugwerkende kracht na wijziging omstandigheden
Partijen waren gehuwd en zijn in 2005 gescheiden waarbij de man alimentatie betaalde voor de kinderen en de vrouw. In 2009 verzocht de man om wijziging van zijn bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw met ingang van 1 oktober 2008, stellende dat de vrouw voldoende eigen inkomen had.
De rechtbank wees dit verzoek af, stellende dat partijen in het echtscheidingsconvenant bewust van de wettelijke maatstaven waren afgeweken en wijziging alleen mogelijk was bij onredelijkheid. Het hof vernietigde deze beschikking en stelde de bijdrage van de man op nihil vanaf 1 oktober 2008, omdat de vrouw voldoende eigen inkomen had om in haar behoefte te voorzien.
De vrouw stelde cassatie in tegen het hofarrest met klachten over de vaststelling van haar behoefte, de interpretatie van het convenant en de terugwerkende kracht van de wijziging. De Hoge Raad verwierp deze klachten, overwegende dat het hof terecht alleen de behoefte van de vrouw zelf heeft betrokken en niet de kosten van opvoeding en verzorging van de kinderen, en dat het hof de terugwerkende kracht van de wijziging zorgvuldig heeft toegepast zonder dat de vrouw nadelige gevolgen kon aantonen.
De Hoge Raad bevestigt daarmee de maatstaf dat terugwerkende kracht bij wijziging van alimentatie behoedzaam moet worden toegepast en dat het hof voldoende rekening heeft gehouden met de omstandigheden van partijen en de wettelijke maatstaven.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en de nihilstelling van de partneralimentatie met ingang van 1 oktober 2008 blijft in stand.