ECLI:NL:PHR:2011:BP2741
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot 8 jaar gevangenisstraf voor moord met voorbedachte rade door vergiftiging en gasinhalatie
In deze zaak werd verdachte beschuldigd van het met voorbedachte rade beroven van het leven van haar dochter in juni 2008 in Arnhem. Het hof stelde vast dat verdachte haar dochter had gedrogeerd met medicijnen zoals zolpidem, fluvoxamine en paroxetine, en een gasfles met handelspropaan had opengezet, waardoor haar dochter overleed.
De bewijsmiddelen bestonden uit verklaringen van getuigen, politieverslagen, forensisch onderzoek, waaronder toxicologisch onderzoek dat de aanwezigheid van slaapmiddelen en propaan in het lichaam van het slachtoffer aantoonde, en diverse afscheidsbriefjes die door verdachte waren geschreven. Het hof concludeerde dat verdachte de handelingen had verricht en dat het slachtoffer niet zelfmoord had gepleegd.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat de bewezenverklaring onvoldoende zou zijn onderbouwd en bevestigde dat de dood van het slachtoffer redelijkerwijs aan verdachte kon worden toegerekend. Ook werd het middel dat klaagde over het niet verstrekken van alle processtukken verworpen. De veroordeling tot 8 jaar gevangenisstraf wegens moord werd gehandhaafd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf wegens moord met voorbedachte rade door het toedienen van slaapmiddelen en het openzetten van een gaskraan.