ECLI:NL:PHR:2011:BP2627
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voltooiing diefstal bij plaatsing goederen in vrachtauto op bouwterrein
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd veroordeeld voor diefstal van een zaagmachine en kabels van een bouwterrein te Dordrecht. Het Hof oordeelde dat verdachte de goederen op de laadvloer van zijn vrachtauto had geplaatst en zich daarmee de feitelijke heerschappij had verschaft, waarmee de diefstal als voltooid werd beschouwd.
Verdachte stelde zich op het standpunt dat sprake was van een poging omdat het busje nog niet afgesloten was en de goederen zich nog op het bouwterrein bevonden. De Hoge Raad overwoog dat voor voltooiing van diefstal vereist is dat de dader zich zodanige feitelijke heerschappij over het goed verschaft dat het onttrokken is aan de rechthebbende. Dit is mede een waardering van feitelijke aard die in cassatie slechts beperkt kan worden getoetst.
De Hoge Raad verwees naar jurisprudentie en vergelijkbare Duitse rechtspraak waarin wordt benadrukt dat het volume en de aard van de goederen van belang zijn. Kleine, makkelijk te verbergen goederen kunnen al door het in de kleding stoppen als voltooid worden beschouwd, maar grote goederen die nog op het terrein staan en niet buiten bereik van de eigenaar zijn, niet.
In het onderhavige geval waren de goederen te groot om te verstoppen en stonden ze nog op het bouwterrein in een vrachtauto met open deuren. Verdachte werd buiten het terrein aangehouden zonder dat hij met de vrachtauto vertrok. De Hoge Raad concludeerde dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de diefstal voltooid was en vernietigde het arrest, met verwijzing naar het Hof voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering dat sprake was van voltooide diefstal.