ECLI:NL:PHR:2011:BP1901
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening veroordeling wegens onbetrouwbare geuridentificatieproef bij diefstal en opzetheling
In deze zaak werd aanvrager door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen en opzetheling, waarbij een geuridentificatieproef een belangrijk bewijsmiddel vormde. Later bleek uit intern onderzoek dat geurproeven uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland in de periode 1997-2006 regelmatig niet volgens protocol werden uitgevoerd, waardoor de betrouwbaarheid van de resultaten ernstig in twijfel werd getrokken.
De herzieningsaanvraag betoogde dat indien de rechter bekend was geweest met deze onregelmatigheden, de veroordeling niet zou hebben plaatsgevonden. De Hoge Raad bevestigde dat geuridentificatieproeven uit die periode, tenzij het tegendeel is bewezen, als onvoldoende betrouwbaar moeten worden beschouwd. Omdat het hof de veroordeling mede baseerde op deze geurproef en het niet aannemelijk is dat zonder deze uitkomst tot een bewezenverklaring zou zijn gekomen, bestaat een ernstig vermoeden dat aanvrager vrijgesproken zou zijn.
De Hoge Raad verklaarde daarom de herzieningsaanvraag gegrond, schortte zonodig de tenuitvoerlegging van het vonnis op en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor een nieuwe berechting conform artikel 467 Sv Pro. Hiermee wordt de rechtsgang heropend om de zaak zonder het onbetrouwbare bewijs opnieuw te beoordelen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.