ECLI:NL:PHR:2011:BP1275
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid OM bij teelt van maximaal vijf hennepplanten en toepassing politiesepot
In deze zaak stond de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie centraal bij de vervolging van verdachte wegens het aanwezig hebben van vijf hennepplanten. De verdediging voerde aan dat het OM in strijd handelde met de Aanwijzing Opiumwet en de Richtlijn voor strafvordering Opiumwet, softdrugs, die een politiesepot voorschrijven bij teelt van maximaal vijf planten, mits aanstonds afstand wordt gedaan van het plantenmateriaal.
Het hof stelde vast dat de verdachte niet direct bij het aantreffen van de planten afstand deed, maar pas tijdens de terechtzitting in eerste aanleg. Dit betekent dat niet voldaan is aan de voorwaarde voor politiesepot, waardoor het OM ontvankelijk is in zijn vervolging. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de Aanwijzing Opiumwet als leidend moet worden beschouwd boven de Richtlijn, omdat deze regels bevat over de instelling van vervolging.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof niet verplicht was nader te motiveren of te onderzoeken of verdachte expliciet is gevraagd afstand te doen en wat de consequenties waren van het niet doen van afstand. Ook de omstandigheid dat verdachte bij aanhouding wegens een ander feit werd afgevoerd en daardoor mogelijk geen afstandsverklaring kon ondertekenen, leidt niet tot een ander oordeel. Het cassatieberoep wordt verworpen. De redelijke termijn is overschreden, maar dit leidt niet tot rechtsgevolgen gezien de opgelegde voorwaardelijke straf.
Uitkomst: Het OM is ontvankelijk in de vervolging omdat verdachte niet aanstonds afstand deed van de in beslag genomen hennepplanten.