ECLI:NL:PHR:2011:BO7517
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vonnis over levering en verkoopopbrengst onroerende zaken in faillissement
In deze cassatieprocedure staat centraal de vraag of de levering van vijf onroerende zaken van [B] NV op 3 februari 2000 heeft plaatsgevonden op basis van de verkoopovereenkomst van 27 oktober 1999. De Bank vordert terugbetaling van een bedrag dat zij meer heeft ontvangen dan haar vorderingen op [B] ten tijde van de levering. De curator betwist dit en stelt dat de levering niet op basis van genoemde overeenkomst is geschied.
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie oordeelde dat niet onomstotelijk vaststaat dat de levering op basis van de verkoopovereenkomst heeft plaatsgevonden, mede omdat de panden niet aan [betrokkene 1] maar aan MKM Enterprises Ltd zijn geleverd. De Bank stelde zich op het standpunt dat de opbrengst van de verkoop geheel moest worden aangewend ter voldoening van alle schulden van de verkopers aan de Bank.
De Hoge Raad stelt vast dat partijen, met name de curator en de Bank, niet hebben bestreden dat de levering op basis van de verkoopovereenkomst heeft plaatsgevonden. De curator heeft dit uitgangspunt vanaf het begin van de procedure gehanteerd en is hier later niet op teruggekomen. De Hoge Raad concludeert dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden door anders te oordelen en vernietigt het bestreden vonnis.
Uitkomst: Het bestreden vonnis wordt vernietigd wegens overschrijding van de grenzen van de rechtsstrijd.