ECLI:NL:PHR:2011:BO7111
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verweermiddelen bij na-endossement van wissels na protest van non-betaling
In deze zaak staat centraal de vraag of verweren die voortvloeien uit gebreken in de onderliggende rechtsverhouding kunnen worden ingeroepen tegen een geëndosseerde na een protest van non-betaling op een wissel. Alufi SA verkocht aandelen aan eiseres 1, waarbij de rekening-courantschuld werd voldaan met orderwissels. Een aantal wissels werd niet betaald, waarna protest van non-betaling werd opgemaakt. De wissels werden vervolgens na dit protest aan Gestal geëndosseerd.
Eiseres 1 en 2 weigerden betaling aan Gestal en voerden gebreken in de onderliggende overeenkomst aan, waaronder bedrog. De rechtbank en het hof verwierpen dit verweer, stellende dat na het protest van non-betaling de wissels hun functie als orderpapier verloren en dat de overdracht aan Gestal slechts een gewone cessie betrof. Hierdoor konden de verweermiddelen die vóór de cessie tegen de rechtsvoorganger konden worden ingeroepen, niet worden uitgebreid naar Gestal.
De Hoge Raad bevestigt deze lijn en stelt dat art. 6:146 lid 1 BW Pro niet van toepassing is op na-endossementen, omdat deze geen overdracht overeenkomstig art. 3:93 BW Pro zijn. De verweermiddelen uit de oorspronkelijke rechtsverhouding kunnen niet worden herleefd tegenover de cessionaris. Dit betekent dat Gestal slechts blootstaat aan de verweermiddelen die tegen Bank DeGroof konden worden ingeroepen, niet aan die uit de oorspronkelijke rechtsverhouding tussen Alufi en eiseres 1.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat na een protest van non-betaling een na-endossement slechts een gewone cessie is, waardoor verweren uit de onderliggende rechtsverhouding niet tegen de geëndosseerde kunnen worden ingeroepen.