ECLI:NL:PHR:2011:BO6743

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
8 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/03331 P
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 51 SvArt. 416 SvArt. 588 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens niet-naleving voorschrift art. 51 Sv in hoger beroep ontnemingsvordering

Betrokkene stelde op 30 augustus 2007 hoger beroep in tegen het vonnis van de Politierechter van 16 augustus 2007 in een ontnemingsprocedure. De oproeping voor de terechtzitting van het Hof op 6 november 2008 werd conform art. 588 Sv Pro uitgereikt aan de griffier en verzonden naar het GBA-adres van betrokkene. Op de zitting verschenen noch betrokkene noch zijn advocaat. Het Hof verklaarde betrokkene niet-ontvankelijk op grond van art. 416 Sv Pro.

In cassatie werd aangevoerd dat het onderzoek ter terechtzitting nietig is omdat geen afschrift van de oproeping aan de advocaat van betrokkene was gezonden, zoals vereist door art. 51 Sv Pro. Hoewel geen ontvangstbevestiging van de stelbrief van de raadsman in het dossier aanwezig was, bleek uit het verzendrapport dat het faxbericht met de mededeling dat de advocaat zich stelde, wel was verzonden en ontvangen door de strafgriffie van het Hof.

De Hoge Raad oordeelde dat het voorschrift van art. 51 Sv Pro van groot belang is en dat niet-naleving ervan een geldige behandeling van de zaak zonder aanwezigheid van betrokkene en zijn raadsman in de weg staat. Daarom is het middel terecht voorgesteld en wordt het arrest vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar het Hof voor nieuwe berechting.

Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd wegens niet-naleving van art. 51 Sv en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.

Conclusie

Nr. 09/03331 P
Mr. Knigge
Zitting: 30 november 2010
Conclusie inzake:
[Betrokkene]
1. Het Gerechtshof 's-Gravenhage heeft de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Rotterdam van 16 augustus 2007.
2. Namens verdachte heeft mr. M. de Reus, advocaat te Rotterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep aan nietigheid lijdt, nu in strijd met het bepaalde in art. 51 Sv Pro geen afschrift van de "oproeping van veroordeelde in hoger beroep" aan de advocaat van betrokkene is gezonden.
4. Uit de stukken van het geding kan het volgende worden afgeleid:
- betrokkene heeft op 30 augustus 2007 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de Politierechter van 16 augustus 2007, parketnummer 10/613215-06 (ontnemingsvordering)(1);
- de "oproeping van veroordeelde in hoger beroep" voor de terechtzitting van het Hof van 6 november 2008 is op 28 augustus 2008 conform het bepaalde in art. 588, derde lid, onder c, Sv uitgereikt aan de griffier van de Rechtbank, met verzending van een kopie van de oproeping naar het GBA-adres van betrokkene;
- op de terechtzitting in hoger beroep is, blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal, noch betrokkene noch een voor de verdachte optredende advocaat verschenen;
- het Hof heeft betrokkene op 6 november 2008 in het ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard op grond van art. 416, tweede lid, Sv..
5. De aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevatten niets waaruit kan volgen dat voor de behandeling van de zaak van betrokkene een afschrift van de oproeping in hoger beroep aan een voor betrokkene optredende advocaat is gezonden.
6. Aan de cassatieschriftuur is een afschrift gehecht van een faxbericht met bijbehorend verzendrapport van 4 september 2007 van mr. A.C. Bosch, advocaat te Rotterdam, aan de strafgriffie van het Hof. Dit bericht houdt, voor zover hier relevant, in:
"In bovengenoemde zaak is op 30 augustus 2007 hoger beroep in de ontnemingsprocedure ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 16 augustus 2007. Ik stel mij hierbij voor de behandeling in hoger beroep.
Ik verzoek u vriendelijk aan mij een afschrift van alle relevante stukken te doen toekomen en mij te informeren omtrent de datum van de mondelinge behandeling van het hoger beroep".
7. Uit het verzendrapport kan worden afgeleid dat de "status" van het bericht op "09/04/2007" om "05:44:09 PM" is: "sent", als ook dat die verzending heeft plaatsgevonden naar het (fax)nummer "+31703813650", zijnde het faxnummer van de strafgriffie van het Hof.
8. Niet gehecht aan de cassatieschriftuur is een brief van de griffier van het Hof waarin de ontvangst van het faxbericht wordt bevestigd, een dergelijke ontvangstbevestiging bevindt zich evenmin bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken van het geding. Gelet op de inhoud van het verzendrapport, heeft het faxbericht de griffie van het Hof kennelijk wel bereikt, maar was dit niet aanwezig in het dossier dat het Hof ter beschikking stond bij de behandeling van de onderhavige zaak in hoger beroep.(2)
9. In cassatie moet daarom ervan worden uitgegaan dat zich wel een advocaat had gesteld en dat het voorschrift van art. 51, tweede volzin, Sv niet is nageleefd(3), hetgeen - al wordt zulks niet uitdrukkelijk in de wet bepaald - geacht wordt aan een geldige behandeling van de zaak ter terechtzitting buiten tegenwoordigheid van de verdachte en diens advocaat in de weg te staan.(4)
10. Het middel is terecht voorgesteld.
11. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Hoewel een originele akte rechtsmiddel in het dossier ontbreekt, bevat het dossier een brief "aan het hof" (kennelijk) afkomstig van de griffier van het Hof als ook een (kennelijk) op 10 februari 2009 "conform origineel" opgemaakte akte rechtsmiddel, uit de combinatie waarvan kan worden afgeleid dat nu de stafzaak en de ontnemingszaak hetzelfde (arrondissements)parketnummer hebben en in beide zaken op 16 augustus 2007 uitspraak is gedaan, betrokkene geacht wordt op 30 augustus 2007 tegen beide uitspraken hoger beroep te hebben ingesteld.
2 Wellicht heeft daarbij een rol gespeeld dat in het faxbericht als parketnummer van de behandeling in hoger beroep niet het nummer van de onderhavige zaak, maar dat van de strafzaak tegen betrokkene is vermeld. Nu, zoals hiervoor in de noot 1 is weergegeven, beide zaken in eerste aanleg hetzelfde parketnummer hadden en slechts één akte hoger beroep is opgemaakt (waarop, naar ik vermoed, slechts het ressortsparketnummer van de strafzaak was vermeld), alsmede het faxbericht ook het parketnummer van de behandeling in eerste aanleg vermeldt en uitdrukkelijk inhoudt dat het betrekking heeft op de behandeling van het hoger beroep in de ontnemingszaak tegen betrokkene, kan die onjuiste vermelding bezwaarlijk aan (de advocaat van) betrokkene worden tegengeworpen.
3 Welke bepaling ook van toepassing is op de verstrekking van afschriften aan een in een ontnemingsprocedure optredende advocaat; vgl. HR 11 juni 2002, LJN AE1487.
4 Vgl. HR 16 juni 2009, LJN BI1375, als ook HR 15 september 2006, nr. 02274/05 (niet gepubliceerd).