ECLI:NL:PHR:2011:BO6702
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing LOVS-oriëntatiepunten bij straftoemeting drugsinvoer Schiphol en art. 7 EVRM toetsing
De zaak betreft een verdachte die op 23 augustus 2008 te Schiphol 4013,7 gram cocaïne invoerde. De rechtbank Haarlem veroordeelde hem tot 25 maanden gevangenisstraf op basis van de toen geldende Haarlemse Schipholrichtlijn. Het hof Amsterdam paste echter vanaf 4 november 2008 de LOVS-oriëntatiepunten toe, die strengere straffen voorschrijven, en legde een gevangenisstraf van 36 maanden op.
De verdachte stelde cassatie in met het middel dat toepassing van de LOVS-oriëntatiepunten met terugwerkende kracht in strijd zou zijn met artikel 7 EVRM Pro en 15 IVBPR, omdat de straf zwaarder was dan redelijkerwijs te verwachten viel op het moment van het feit. De Hoge Raad overwoog dat de LOVS-oriëntatiepunten noch de Haarlemse richtlijn formele of materiële wetgeving zijn en rechters niet binden. Verdachten konden geen gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen aan de Haarlemse richtlijn dat deze onverkort zou blijven gelden.
De Hoge Raad bevestigde dat de LOVS-oriëntatiepunten slechts oriëntatiepunten zijn en dat het hof bij straftoemeting ook persoonlijke omstandigheden en feiten kan meewegen. De toepassing van de LOVS-oriëntatiepunten was niet in strijd met artikel 7 EVRM Pro, omdat de straf binnen het wettelijke maximum bleef en de richtlijnen geen bindend recht vormen. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor cassatie was overschreden, wat tot strafvermindering moet leiden.
De conclusie van de advocaat-generaal was vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de strafoplegging en vermindering van de straf tot de gebruikelijke maatstaf, terwijl het overige beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toepassing van de LOVS-oriëntatiepunten bij straftoemeting zonder strijd met art. 7 EVRM, maar beveelt strafvermindering wegens termijnoverschrijding.