ECLI:NL:PHR:2011:BO5203
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitkering herbouwwaarde ondanks niet-tijdige herbouw bij brandverzekering
In deze zaak stond centraal of verzekeraar Achmea verplicht was de herbouwwaarde van een door brand verwoeste woning uit te keren, ondanks dat de herbouw niet binnen drie jaar na de schadedatum was voltooid. De woning was verzekerd tegen brand en de hypotheek werd gehouden door ABN AMRO, die een pandrecht had op de verzekeringsuitkering. Achmea weigerde uit te keren op grond van polisvoorwaarden die betaling van de herbouwwaarde afhankelijk stelden van tijdige herbouw.
De rechtbank en het hof oordeelden dat Achmea tot uitkering van de herbouwwaarde gehouden was, omdat de verzekerden niet over voldoende middelen beschikten om tijdig te herbouwen en deze situatie aan Achmea toe te rekenen was. Het hof motiveerde dat het beroep van Achmea op de polisvoorwaarden onaanvaardbaar was naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, mede omdat verzekerden normaal gesproken niet in staat zijn grote bedragen voor te schieten zonder voorschotten.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat de polisvoorwaarden zodanig moeten worden uitgelegd dat verzekeraars in beginsel gehouden zijn tot bevoorschotting bij herbouw. De Hoge Raad wees op het belang van een redelijke en maatschappelijke zinvolle interpretatie van verzekeringsvoorwaarden en verwierp het beroep van Achmea. Het beroep tegen de curator werd niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak bevestigt dat verzekeraars niet zonder meer kunnen weigeren tot uitkering over te gaan op grond van niet-tijdige herbouw wanneer dit aan hun eigen handelen te wijten is.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat Achmea de herbouwwaarde moet uitkeren ondanks niet-tijdige herbouw, omdat het beroep op polisvoorwaarden onaanvaardbaar is.