ECLI:NL:PHR:2011:BO4064
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt nietigheid dagvaarding ondanks kennis verdachte via raadsman
In deze zaak werd de verdachte door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens het illegaal verblijf als ongewenst vreemdeling. De verdediging stelde dat de dagvaarding in eerste aanleg niet correct was betekend, omdat de verdachte zonder vaste woon- of verblijfplaats was en de dagvaarding daarom aan de griffier had moeten worden opgelegd.
Het hof oordeelde dat de dagvaarding weliswaar onjuist was betekend, maar dat dit geen gevolgen had omdat de verdachte via zijn raadsman op de hoogte was gesteld van datum en tijdstip van de zitting. De Hoge Raad herhaalt echter dat de nietigheid van de dagvaarding niet wordt gedekt door kennis via de raadsman.
De Hoge Raad verklaart de dagvaarding om doelmatigheidsredenen nietig, bevestigt dat de nietigheid van de dagvaarding formeel moet worden uitgesproken als deze niet op geldige wijze is uitgereikt, en wijst het cassatieberoep af omdat er geen gronden zijn voor vernietiging van het arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de dagvaarding nietig en wijst het cassatieberoep af.