ECLI:NL:PHR:2011:BO3969
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling deelname aan criminele organisatie en medeplegen diefstallen
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld wegens medeplegen van diefstallen en deelname aan een criminele organisatie gericht op woninginbraken en opzetheling. Het hof oordeelde dat verdachte deel uitmaakte van een duurzaam samenwerkingsverband met een vaste kern die regelmatig inbraken pleegde en gestolen goederen verkocht aan een vaste afnemer.
De bewijsmiddelen bestonden uit verklaringen van medeverdachten, politieprocessen-verbaal, tapgesprekken en verklaringen van benadeelden. Uit deze stukken bleek een georganiseerde werkwijze met taakverdeling, frequente inbraken in woonwijken nabij snelwegen, gebruik van valse sleutels en braakmethoden, en directe verkoop van gestolen goederen.
De verdediging voerde onder meer aan dat het uitkijk houden slechts medeplichtigheid was en dat deelname aan een criminele organisatie onvoldoende was gemotiveerd. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat het uitkijk houden als medeplegen kon worden aangemerkt gezien de nauwe samenwerking en taakverdeling. Ook werd geoordeeld dat het samenwerkingsverband voldeed aan de criteria van een criminele organisatie zoals bedoeld in art. 140 Sr Pro.
Wel werd het cassatieberoep gegrond verklaard op de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, hetgeen leidt tot strafvermindering. De overige middelen werden verworpen en het arrest van het hof werd bevestigd behalve voor de strafoplegging.
Uitkomst: Veroordeling bevestigd met strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn.