ECLI:NL:PHR:2011:BN9672
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt nietigheid van afspraak tot afstand van boeteopleggingsbevoegdheid buiten navorderingstermijn
De zaak betreft een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1997 opgelegd aan de belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van X1 BV, met een verhoging (boete) die deels is kwijtgescholden. De belanghebbende stelde dat de aanslag en de boete buiten de wettelijke termijn waren opgelegd, maar was met de Inspecteur een afspraak overeengekomen om af te zien van een beroep op die termijnen.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de belanghebbende gebonden was aan de afspraak. Het Hof vernietigde de uitspraak en matigde de navorderingsaanslag, maar kende de boete niet toe omdat de bevoegdheid tot oplegging van de boete niet verlengd was overeengekomen. De Hoge Raad bevestigt dat de navorderingstermijn voor de aanslag niet van openbare orde is en door overeenkomst kan worden verlengd, maar dat dit niet geldt voor de boeteopleggingsbevoegdheid die wel van openbare orde is. Een afspraak die deze bevoegdheid verlengt is nietig.
De Hoge Raad behandelt uitgebreid de civielrechtelijke en publiekrechtelijke aspecten van verval en verjaring, de toepasselijkheid van art. 6 EVRM Pro op fiscale boetes, en de ontvankelijkheid van incidenteel cassatieberoep. De conclusie is dat de belanghebbende niet rechtsgeldig afstand kan doen van de bescherming tegen bevoegdheidsverval voor boeteoplegging en dat het Hof terecht de boete heeft kwijtgescholden.
Deze uitspraak bevestigt de strikte bescherming van belastingplichtigen tegen boeteoplegging buiten de wettelijke termijnen en verduidelijkt de grenzen van afspraken tussen belastingplichtige en fiscus omtrent navordering en boetes.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de belanghebbende wordt ongegrond verklaard; de navorderingsaanslag wordt verminderd en de boete wordt kwijtgescholden wegens nietigheid van de verlengingsafspraak.