ECLI:NL:PHR:2011:BL7975
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over teruggaaf accijns bij commercieel verhuurd vliegtuig en definitie plezierluchtvaartuig
Belanghebbende, eigenaar van een vliegtuig dat zij commercieel verhuurt, vroeg teruggaaf van accijns op de gebruikte brandstof. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag en boete op, omdat hij meende dat het vliegtuig als plezierluchtvaartuig moest worden aangemerkt. Rechtbank en Hof oordeelden echter dat de verhuur commercieel was en verleenden de teruggaaf.
In cassatie stelde de Staatssecretaris dat het Hof onjuist had geoordeeld door niet te beoordelen of de huurders het vliegtuig ook daadwerkelijk voor commerciële doeleinden gebruikten. De Hoge Raad bevestigde dit en stelde dat het begrip plezierluchtvaartuig richtlijnconform moet worden uitgelegd: het gaat om het feitelijke gebruik van het vliegtuig, niet de exploitatie door verhuur.
De Hoge Raad benadrukte dat belanghebbende de bewijslast draagt om aan te tonen dat huurders het vliegtuig zakelijk gebruikten. De administratie van belanghebbende gaf hierover onvoldoende inzicht, waardoor de teruggaaf niet gerechtvaardigd was. De naheffingsaanslag en boete zijn daarom terecht opgelegd. Tevens werd toegelicht dat de regelgeving per 1 januari 2005 is gewijzigd, waardoor teruggaaf voor binnenlandse vluchten niet meer mogelijk is.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en bepaalt dat teruggaaf van accijns alleen kan worden toegekend indien het daadwerkelijke gebruik door huurders commercieel is aangetoond.