ECLI:NL:PHR:2011:BL0202
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid voor omzetbelasting en meldingsregeling in strijd met evenredigheidsbeginsel
In deze zaak staat de bestuurdersaansprakelijkheid voor omzetbelasting centraal, waarbij de vraag is of een bestuurder aansprakelijk kan worden gesteld voor btw die is verschuldigd op grond van artikel 37 Wet Pro OB. De zaak betreft een projectontwikkelaar die omzetbelasting ten onrechte in rekening bracht en later naheffingsaanslagen ontving. De bestuurder werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld wegens het niet tijdig melden van betalingsonmacht.
De Rechtbank en het Hof oordeelden verschillend over de reikwijdte van artikel 37 Wet Pro OB en de toepasselijkheid van de meldingsregeling in artikel 36 Invorderingswet Pro. Het Hof vond dat de btw op grond van artikel 37 Wet Pro OB geen reguliere belasting is, maar een aansprakelijkheidsbepaling, en dat de bestuurder daarom niet aansprakelijk kon worden gesteld. De Hoge Raad verwerpt dit oordeel en stelt dat artikel 37 Wet Pro OB een belastingschuld doet ontstaan, geen aansprakelijkheidsschuld, en dat de bestuurder wel aansprakelijk kan worden gehouden.
Daarnaast is de meldingsregeling van artikel 36, vierde lid Invorderingswet aan de orde. Deze regeling bevat een onweerlegbaar vermoeden dat het niet tijdig melden van betalingsonmacht aan de bestuurder te wijten is, waardoor de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk wordt gesteld. De Hoge Raad oordeelt dat dit vermoeden in strijd is met het communautaire evenredigheidsbeginsel, omdat het bonafide bestuurders benadeelt die niet kunnen bewijzen dat hen geen verwijt treft. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor verdere beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak en verwijst de zaak terug, bevestigt aansprakelijkheid bestuurder voor belastingschuld en verklaart de meldingsregeling onverbindend wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel.