ECLI:NL:PHR:2010:BO3372

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
21 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00227
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende bewijsidentificatie verdachte

De verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld bij arrest van 30 mei 2008. In cassatie werden twee middelen aangevoerd, waarvan het eerste slaagde omdat uit de bewijsmiddelen niet kon worden afgeleid dat de verdachte en de in die bewijsmiddelen genoemde persoon Bulent dezelfde zijn. Het Hof had onderzoek bevolen naar de identiteit, maar de resultaten waren onvoldoende om dit als bewijs te gebruiken.

Het Hof liet bovendien onduidelijk waarom een foto van een andere persoon met dezelfde voornaam niet de bedoelde persoon zou zijn. Dit leidde tot de conclusie dat het bewijs niet toereikend was om de verdachte als dader aan te wijzen. Het tweede middel faalde omdat de onbetrouwbaarheid van getuigenverklaringen onvoldoende was onderbouwd.

De Procureur-Generaal concludeerde dat het bestreden arrest vernietigd moet worden en de zaak moet worden terugverwezen naar het Hof voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep. De Hoge Raad zal uitspraak doen na meer dan twee jaar sinds het instellen van het cassatieberoep, maar dit is niet relevant omdat het arrest om andere redenen niet in stand kan blijven.

Uitkomst: Het arrest van het Gerechtshof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.

Conclusie

Nr. 09/00227
Mr. Vellinga
Zitting: 2 november 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Arnhem veroordeeld bij arrest van 30 mei 2008.
2. Namens verdachte heeft mr. K. Kok, advocaat te Zwolle, twee middelen van cassatie voorgesteld.
3. Het eerste middel klaagt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte de in de bewijsmiddelen genoemde Bulent is.
4. De gebezigde bewijsmiddelen houden niet in dat de verdachte is herkend als de in de bewijsmiddelen genoemde [verdachte]. Het Hof heeft bij tussenarrest wel bevolen onderzoek te doen naar de vraag of de door de getuigen [betrokkene 2 en 4] (bewijsmiddelen 2, 6, 15, 17 en 19) genoemde [verdachte] de verdachte is, maar de resultaten van dat onderzoek zijn kennelijk niet zodanig geweest dat het Hof deze voor het bewijs heeft kunnen gebruiken. In die omstandigheden vergt het nadere motivering waarom uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de verdachte de door de getuigen genoemde [verdachte] was. Dit klemt temeer nu het Hof bij tussenarrest heeft vastgesteld dat zich in het dossier een foto bevindt van "een persoon, die ook de voornaam [van verdachte] heeft, namelijk [betrokkene 14], geboren op [geboortedatum] 1966 (fotonummer 13 op pagina 1381, ordner 2)" en het arrest dus de vraag openlaat waarom het niet deze [voornaam verdachte] is die door de getuigen werd bedoeld.
5. Het middel slaagt.
6. Het tweede middel klaagt dat het beroep op onbetrouwbaarheid van de verklaringen van de getuigen [betrokkene 2 en 4] op ontoereikende gronden is weerlegd, en wel omdat het Hof er aan voorbijgaat dat die verklaringen juist onbetrouwbaar waren op het punt van het aanwijzen van de verdachte als dader.
7. Bij de bespreking van dit middel heeft de verdachte geen belang. Zoals uit de bespreking van het vorige middel volgt houden die verklaringen, voor zover voor het bewijs gebezigd, niet in dat de verdachte de dader is.
8. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO Pro bedoelde motivering.
9. Ambtshalve merk ik op dat de Hoge Raad in deze zaak uitspraak zal doen nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dit kan echter onbesproken blijven indien de Hoge Raad met mij van oordeel is dat het bestreden arrest om andere redenen niet in stand kan blijven en de zaak dient te worden teruggewezen of verwezen.(1)
10. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.
11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 HR 17 juni 2008, NJ 2008, 358, rov. 3.5.3.