ECLI:NL:PHR:2010:BO2971
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofarrest plaatsing jeugdige in inrichting wegens ontoereikende motivering
De zaak betreft een jeugdige verdachte die door het hof Arnhem is veroordeeld voor een gewelddadige overval en is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel) en jeugddetentie. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstige gewelddadige overval waarbij zwaar lichamelijk letsel is toegebracht aan het slachtoffer. Diverse gedragsdeskundigen hebben rapportages uitgebracht waarin zij aanvankelijk een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel adviseerden, maar later bij aanvullende rapportages een voorwaardelijke maatregel voldoende achtten vanwege verminderde recidivekans en verbeterde motivatie.
Het hof heeft desalniettemin een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel opgelegd mede vanwege het feit dat de verdachte zich tijdens de procedure in voorlopige hechtenis bevond op verdenking van een ander ernstig feit. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte deze verdenking heeft betrokken bij de beoordeling van de veiligheidsvereiste voor de PIJ-maatregel, aangezien deze verdenking nog niet tot een onherroepelijke uitspraak heeft geleid. Hierdoor is de motivering van het hof ontoereikend en is de onschuldpresumptie geschonden.
De Hoge Raad wijst het arrest van het hof voor zover het de oplegging van de sancties betreft, vernietigd terug naar het hof Arnhem voor hernieuwde beoordeling. Tevens wijst de Hoge Raad op de overschrijding van de redelijke termijn in de procedure, die bij de nieuwe behandeling in aanmerking kan worden genomen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de oplegging van sancties betreft en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.