ECLI:NL:PHR:2010:BO1245
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling machtiging gesloten jeugdzorg en rechtmatigheid vrijheidsbeneming minderjarige
In deze zaak staat de verlenging van een machtiging tot plaatsing van een minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg centraal. De jeugdige, sinds 2007 onder toezicht gesteld, verbleef sinds 2008 in een justitiële jeugdinrichting en later in een instelling voor gesloten jeugdzorg. Bureau Jeugdzorg verzocht verlenging van de machtiging, welke door de kinderrechter werd toegekend, maar de jeugdige bestreed dit in eerste aanleg en hoger beroep, onder meer met het argument dat de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper niet voldeed aan de wettelijke eisen en dat passende individuele zorg ontbrak.
Het gerechtshof vernietigde de machtiging voor gesloten jeugdzorg met ingang van 7 november 2009, maar handhaafde de ondertoezichtstelling. De jeugdige stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat het feit dat dezelfde gedragswetenschapper meerdere instemmingsverklaringen heeft afgegeven geen reden is om te twijfelen aan de objectiviteit van het onderzoek. Tevens werd bevestigd dat de appelrechter bevoegd is om een beschikking met terugwerkende kracht te vernietigen, maar dat in dit geval de vernietiging pas met ingang van 7 november 2009 is ingegaan vanwege de vraag of onmiddellijke vrijlating noodzakelijk was.
Verder werd geoordeeld dat de vrijheidsbeneming in overeenstemming is met art. 5 EVRM Pro, mits deze een geschikt, proportioneel en subsidiair middel is en dat het ontbreken van een passende behandeling niet per definitie de rechtmatigheid van de vrijheidsbeneming ontneemt. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de beslissing van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de machtiging tot gesloten jeugdzorg wordt vernietigd met ingang van 7 november 2009 zonder schending van art. 5 EVRM.