ECLI:NL:PHR:2010:BN8059
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling goede trouw bij verzoek schuldsanering ondanks consumptieve bestedingen
De zaak betreft een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) door verzoeker, dat door de rechtbank Almelo werd afgewezen omdat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de afgelopen vijf jaar.
In hoger beroep heeft het gerechtshof Arnhem dit oordeel bevestigd, waarbij het hof onder meer oordeelde dat het besteden van een ontslagvergoeding aan consumptieve uitgaven zoals een vakantie niet strookt met goede trouw. Verzoeker stelde dat het hof ten onrechte ex nunc had getoetst in plaats van ex tunc, en dat hij wel degelijk inspanningen had verricht om werk te vinden, maar slaagde er niet in dit met stukken te onderbouwen.
De Hoge Raad overweegt dat het hof terecht ook het betalingsgedrag na het ontstaan van de schuld heeft betrokken bij de beoordeling van de goede trouw. Het cassatieberoep faalt omdat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en het oordeel omtrent goede trouw slechts beperkt toetsbaar is in cassatie. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot schuldsanering afgewezen wegens ontbreken van goede trouw.