ECLI:NL:PHR:2010:BN6192
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat Secondment Agreement na terugkeer werknemer in Nederland is uitgewerkt
De zaak betreft een geschil over de vraag of de Secondment Agreement uit 2006, waarin een arbitrageclausule is opgenomen, na terugkeer van de werknemer in Nederland nog van kracht is. De werknemer was internationaal gedetacheerd en keerde in 2008 terug naar Nederland, waarna hij niet meer voor Veolia werkte.
Veolia verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen. De werknemer stelde dat de kantonrechter onbevoegd was vanwege het arbitragebeding. Zowel de kantonrechter als het hof oordeelden dat de Secondment Agreement was uitgewerkt na terugkeer, waardoor de civiele rechter bevoegd was.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep van de werknemer af. Het hof heeft gemotiveerd vastgesteld dat de Secondment Agreement slechts een tijdelijke overeenkomst betrof voor de periode van detachering en dat na terugkeer de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst van 2002 bleef gelden. Het arbitragebeding in de Secondment Agreement geldt slechts voor de periode van uitzending in het buitenland en niet meer na terugkeer in Nederland.
De Hoge Raad benadrukt dat de arbeidsovereenkomst zonder expliciete beëindigingsclausule of ontbinding doorloopt en dat de werknemer bij terugkeer recht heeft op een gelijkwaardige functie. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de civiele rechter bevoegd is het geschil te behandelen en dat het beroep op het arbitragebeding niet aan de orde is na terugkeer.
De conclusie van de Advocaat-Generaal en het arrest bevestigen dat het ontslagrechtelijke stelsel en de toepasselijkheid van art. 7:685 BW Pro niet onjuist zijn toegepast. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de civiele rechter is bevoegd omdat de Secondment Agreement na terugkeer in Nederland is uitgewerkt.