ECLI:NL:PHR:2010:BN4322
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring OM in jeugdzaak wegens schending vertrouwensbeginsel
In deze jeugdzaak werd de verdachte in eerste aanleg door de kinderrechter vrijgesproken op vordering van het openbaar ministerie. Het OM stelde vervolgens hoger beroep in tegen deze vrijspraak. Het hof verklaarde het OM echter niet-ontvankelijk omdat het vertrouwensbeginsel was geschonden: het OM had in eerste aanleg vrijspraak gevorderd, waardoor de verdachte mocht vertrouwen dat er geen veroordeling zou volgen.
Het hof baseerde zich op het feit dat alle camerabeelden, waaronder die van camera's 6 en 7, reeds in het dossier aanwezig waren tijdens de eerste aanleg en dat het aanvullende proces-verbaal slechts een beschrijving van deze beelden gaf. De advocaat-generaal stelde dat het onderzoek in eerste aanleg niet volledig was omdat niet alle beelden waren getoond, en dat het OM daarom ontvankelijk moest zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het vertrouwensbeginsel terecht heeft toegepast, maar dat het oordeel onbegrijpelijk gemotiveerd is omdat het niet doorslaggevend is of de beelden al in het dossier zaten. Het hoger beroep kan immers ook dienen om verzuimen en vergissingen in eerste aanleg te herstellen. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling.
Deze uitspraak benadrukt het belang van het vertrouwensbeginsel in het strafproces en de zorgvuldigheid die het OM moet betrachten bij het instellen van hoger beroep na vrijspraak op eigen vordering.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring OM en verwijst zaak terug voor hernieuwde behandeling.