24. Voor de beoordeling van deze klacht is de inhoud van de volgende in het opsporingsonderzoek door de desbetreffende getuigen afgelegde verklaringen van belang:
- proces-verbaal van verhoor d.d. 21 februari 2006 (dossiernummer G1-119-01/02), inhoudende voor zover hier van belang de volgende door verbalisanten gestelde vragen ('V') en in antwoord daarop ('A') door getuige [get[getuige 2] afgelegde verklaring:
"(...) V: Wij zijn van de Nationale Recherche en wij zijn belast met de afpersing van [K]. Wij willen graag weten wat u ons kan vertellen over de afpersing van [K].
A: Niks, ik wist het niet.
V: Wanneer heeft u gehoord dat [K] was afgeperst?
A: Nadat [K] was neergeschoten, een paar weken daarna.
V: Van wie heeft u dat gehoord?
A: Van mijn zusje [B].
V: Wat vertelde [B] u?
A: Dat ze sinds ongeveer 1 jaar werden afgeperst. En dat ze bedreig[d] zijn.
V: Weet u ook door wie ze zijn afgeperst?
A: Nee, dat heeft ze me nooit verteld.
V: Heeft u er wat van gemerkt dat [K] werd afgeperst en bedreigd?
A: Nee, ik heb er nooit iets van gemerkt. Maar achteraf gezien heb ik wel gedacht dat er iets aan de hand was omdat mijn zusje een zwakke maag heeft. Ik weet dat ze al 1,5 jaar last van haar maag had.
V: Heeft u () behalve lichamelijk iets gemerkt aan u[w] zus of aan [K]?
A: Nee. Ik zag [K] maar 1 maal in de maand.
V: Wat kunt u ons vertellen over de moord op [K]?
A: Nou, wat ik kan vertellen [is] dat ik bij mijn moeder was en dat [B] mij belde om te zeggen dat [K] was neergeschoten en dat hij was overleden.
V: Wilt u ons nog iets vertellen?
A: Nee, ik zou niet weten wat.(...)"
- proces-verbaal van verhoor d.d. 22 februari 2006 (dossiernummer G1-124-01), inhoudende voor zover hier van belang de volgende door getuige [getuige 3] afgelegde verklaring:
"(...) U vraagt mij wat ik weet van de afpersing van [K]. Daar kan ik heel weinig van zeggen. Na zijn dood heb ik van [B] gehoord dat ze hadden betaald. Ik weet niet wat voor bedrag en aan wie. Volgens mij heeft [B] iets gezegd van[:] we werden bedreigd of we werden afgeperst en we hebben betaald. En dit had niet mogen gebeuren. Zoiets heeft ze gezegd.
Verder vraagt u mij wat ik kan vertellen over de moord op [K]. Hier kan ik u niets van vertellen. Ik ben gebeld door Toos mijn zus dat [K] vermoord was. Wij waren op weg naar huis toen we het hoorden. Thuis hebben we naar de tv gekeken en gewacht tot we gebeld werden over het vervolg.
Verder kan ik u vertellen dat ik het geheel volg via de krant en tv.(...)"
- proces-verbaal van verhoor d.d. 22 februari 2006 (dossiernummer G1-125-01/02), inhoudende voor zover hier van belang de volgende door getuige [getuige 5] afgelegde verklaring:
"(...) U vraagt mij wat ik kan vertellen over de afpersing van [K]. Ik kan u hierover helemaal niets vertellen. Achteraf hoorde ik in de familie allemaal verhalen. Ik luisterde naar die verhalen maar half. Ik merkte wel dat [K] een beetje gespannen was. Toen ik hoorde dat hij afgeperst werd snapte ik dat. Ik hoorde voor zijn dood dat hij afgeperst werd. Ik weet niet door wie en voor hoeveel hij werd afgeperst.
U vraagt mij of ik [medeverdachte 1] ken. Ik ken die naam niet. U toont mij een foto, ik herken de man op de foto als [medeverdachte 1].
U vraagt mij of ik [verzoeker] [ken;] die ken ik niet. U toont mij een foto, ik herken de man op de foto niet.
U toont mij nog een foto, ik ken de man op de foto niet.
Kent u [medeverdachte 1] als een vriend van [K]? Ik moest wel eens een loods voor [K] leeghalen en daar kwam ik [medeverdachte 1] wel eens tegen. Volgens mij was het een hele (? NJ) aardige kerel. Ik heb [medeverdachte 1] wel een aantal keren gezien met zijn vader. Volgens mij was het een kennis van [K]. Ik heb hem wel eens bij hem thuis gezien. We hebben wel eens een broodje met z'n allen zitten eten. U vraagt mij wie er nog meer omheen hingen. Ik ken al die mensen niet van naam.
U vraagt mij wat ik kan vertellen over de moord op [K]. Alleen dat ik naar huis ging en dat ik het op het nieuws hoorde. Ik was thuis en toen hoorde ik het. Ik ben erheen gegaan, maar daar kwam ik niet bij. Daar hoorde je allemaal verhalen. Ik heb niet naar die verhalen geluisterd. Ik heb me daarvan gedistantieerd.
Wat voor verhalen heb je allemaal gehoord? Bij de familie vandaan hoor je verhalen dat hij als een beest is afgeslacht. Of het nou met afpersing te maken heeft gehad. Ik distantieer me daarvan. Ik heb geen zin om dat allemaal deze kant op te halen.(...)"
- proces-verbaal van verhoor d.d. 22 februari 2006 (dossiernummer G1-126-01/02), inhoudende voor zover hier van belang de volgende door getuige [getuige 4] afgelegde verklaring:
"(...) U vraagt mij wat ik kan vertellen over de afpersing van [K]. Ik kan u vertellen dat [K] en [B] mij vorig jaar zomer hebben verteld dat zij afgeperst werden.
U vraagt mij hoe dit gegaan is. Ik werd gevraagd om naar [B] en [K] toe te komen en tijdens de koffie werd mij verteld dat zij afgeperst werden. Dat zij met hun leven bedreigd werden. Ze moesten betalen of er gebeurden andere dingen. Ze hebben me niet verteld hoeveel ze moesten betalen. Ook heb[ben] ze mij niet verteld door wie ze werden afgeperst.
Voor mij vielen, toen ik dat hoorde, sommige dingen op hun plek. [B] en [K] waren in die periode erg nerveus en gejaagd. Toen wist ik ook waarom. Ik weet niet of ze op het moment dat ze het mij vertelden al betaald hadden. Ik weet ook niet of ze het überhaupt hebben betaald.
[K] en [B] waren heel erg op zichzelf. Ik heb heel veel contact met [B]. Dit contact is bijna dagelijks.
U vraagt mij wat ik kan vertellen over de moord op [K]. Eigenlijk kan ik u niets vertellen. Alleen dat ik hiernaar toe kwam en dat het toen al gebeurd was. Ik heb geen idee wie het gedaan heeft. En wat je hoort en leest zou allemaal kunnen, ik weet het niet. De informatie die wij krijgen is allemaal via de media. Of dat ook zo is, dat weet ik niet.
[B] heeft mij nooit verteld wie zij denkt dat het is. Ik denk ook niet dat ze dat doet, mocht ze het weten. Maar ik denk dat [B] het ook niet weet.
U vraagt mij of de naam [medeverdachte 1] mij iets zegt. Ja ik ken hem wel. Hij is een goede vriend van [B].
U vraagt mij of de naam [verzoeker] mij iets zegt. Ik ken wel een [verzoeker] maar ik weet zijn achternaam niet.
U laat mij een foto zien van [verzoeker], ik herken de man op de foto als zijnde [verzoeker]. Het is een kennis van [B] en [K], ik heb verder niets met hem.
Ik ben op de begrafenis geweest van [K]. U vraagt mij of ik iets geks heb gezien op die begrafenis. Ik ben daar met hele andere dingen bezig geweest. Ik heb daar niet op gelet. Ik kan u ook niet vertellen of er mensen zijn weggestuurd bij de begrafenis.
Ik hoop dat jullie ze pakken. Wij weten ook niet wie het gedaan heeft. Verder kan ik u niets verklaren.(...)"
- proces-verbaal van verhoor d.d. 22 februari 2006 (dossiernummer G1-127-01/02), inhoudende voor zover hier van belang de volgende door getuige [getuige 2] afgelegde verklaring:
"(...) U vraagt mij wat ik kan vertellen over de afpersing van [K]. Ik kan u eigenlijk niets verklaren over de afpersing. Ik hoorde alles nadat [K] was overleden van [B][;] daarom greep het mij zo aan. Ik weet niet door wie ze zijn afgeperst. Ik weet niet voor hoeveel geld ze zijn afgeperst. [B] heeft mij dit niet verteld.
Wat heeft [B] u verteld over hoe dat is gegaan[?] Daar hebben we het niet over gehad. Ik heb hier nooit mee te maken gehad. Ik hoor alles in de media. Ik raak daar helemaal van overstuur. Er is mij niet verteld of er bedreigingen zijn geuit.
In alles wat ik hoor in de media herken ik [K] helemaal niet. Ik ken hem helemaal niet zoals de verhalen in de media.
U vraagt mij wat ik kan vertellen over de moord op [K]. Ik was er niet bij. Ik hoorde het achteraf. Ik werd gebeld door mijn zusje. Ik voelde mij machteloos op dat moment.
Heeft u enig idee wie er achter de moord kan zitten? Nee, ik heb geen idee.
U vraagt mij of ik [medeverdachte 1] ken. Ik kan u vertellen dat ik hem op verjaardagen wel eens heb gezien. Ik ken hem niet persoonlijk. U toont mij een foto, ik herken de man als [medeverdachte 1].
[medeverdachte 1] heb ik jaren geleden voor het eerst gezien. Toen de kinderen nog klein waren.
U vraagt mij of [medeverdachte 1] altijd op de verjaardagen van [K] was. Ik ken hem alleen van de begin jaren. In de latere jaren heb ik hem niet meer gezien maar dat komt ook omdat er niet zoveel verjaardagen meer werden gevierd.
Ik heb geen idee of ze nog wel contact met [medeverdachte 1] hadden.
Zegt de naam [verzoeker] u iets? Nee, die naam zegt mij niets.
U toont mij een foto, ik herken de man op de foto niet.
Zegt de naam George van Kleef u iets? Ja, ook van vroeger. Dit was een kennis van [K] en [B].
Zegt de naam [WH] u iets? Ja, van de krant. Ik heb hem nog nooit in het echt gezien. Ik ken hem niet als vriend van [K] en [B].
Verder heb ik niets te verklaren.(...)"