ECLI:NL:PHR:2010:BM9268
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijwillige voortzetting pensioenregeling en aftrekbaarheid premies als negatief loon of lijfrentepremie
Belanghebbende was werknemer bij A en heeft na ontslag vrijwillig zijn pensioenregeling voortgezet door premies te betalen aan het Pensioenfonds. Hij bracht deze premies in aftrek als lijfrentepremies, maar de Inspecteur corrigeerde dit. De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de premies als negatief loon konden worden aangemerkt vanwege het causaal verband met de dienstbetrekking.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het Hof, stellende dat geen voldoende causaal verband bestond en dat de premies niet als negatief loon konden worden aangemerkt. De Hoge Raad overwoog dat vrijwillige premies die meer dan drie jaar na ontslag worden betaald, niet meer als loon uit dienstbetrekking kunnen worden beschouwd, maar eerder als privévermogen. Bovendien is negatief loon slechts van toepassing indien een werknemer een betaling doet zonder tegenprestatie, wat hier niet het geval is.
Ook is het afkoopverbod van lijfrentes relevant; het pensioenreglement bevatte geen expliciet afkoopverbod, waardoor de premies niet als lijfrentepremies konden worden aangemerkt. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof en verwees het geding terug voor verdere behandeling. De zaak behandelt de fiscale kwalificatie van vrijwillige pensioenpremies na ontslag en de voorwaarden voor aftrekbaarheid als negatief loon of lijfrentepremie.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nadere behandeling.