ECLI:NL:PHR:2010:BM6080
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verkoop en verdeling van echtelijke woning na echtscheiding in huwelijksgoederengemeenschap
In deze zaak staat de verdeling van de echtelijke woning centraal, die tot de huwelijksgoederengemeenschap behoort, na de echtscheiding van partijen die in gemeenschap van goederen waren gehuwd. De vrouw had het gebruik van de woning voortgezet gedurende zes maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking, waarna de verkoop van de woning aan de orde kwam.
De rechtbank wees verzoeken van de man tot verkoop en medewerking van de vrouw af, omdat de termijn van zes maanden nog niet verstreken was. Het hof vernietigde deze beslissing en oordeelde dat de vrouw onvoldoende had meegewerkt aan de verkoop, mede doordat zij een te hoge opbrengst wenste. Het hof stelde een vraag- en laatprijs vast en veroordeelde de vrouw tot medewerking aan de verkoop, ook indien zij dit zou weigeren.
De vrouw kwam tegen deze beschikking in cassatie, stellende dat het hof zich buiten het debat had begeven en onvoldoende had gemotiveerd. De Hoge Raad oordeelde dat de prijs wel degelijk onderwerp van debat was en dat het hof voldoende had gemotiveerd waarom de vrouw onvoldoende had meegewerkt. De klachten van de vrouw werden verworpen, waarmee de beschikking van het hof stand hield.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de vrouw moet meewerken aan de verkoop van de echtelijke woning binnen de vastgestelde prijsgrenzen.