ECLI:NL:PHR:2010:BM5846
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van conservatoir beslag en toewijzing schadevergoeding bij onvoldoende schadeaannemelijkheid
Deze zaak betreft een geschil over conservatoir beslag dat door verweerster is gelegd op huurpenningen die aan verzoekster verschuldigd zijn. Verzoekster betwistte de rechtmatigheid van het beslag en vorderde opheffing en schadevergoeding wegens de door het beslag veroorzaakte schade.
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie oordeelde dat verzoekster niet met de echtgenoot van verweerster mag worden vereenzelvigd en dat het beslag nietig is, maar wees de schadevergoeding af omdat verzoekster onvoldoende schade aannemelijk had gemaakt. Verzoekster bracht hiertegen cassatieberoep in.
De Hoge Raad stelt dat de drempel voor toewijzing van een schadevergoeding-bij-staat laag is; het volstaat dat de mogelijkheid van schade aannemelijk is. Echter, wanneer schade door verweer wordt betwist en niet uit de feiten blijkt, mag een nadere onderbouwing worden verlangd. In deze zaak vond de Hoge Raad dat de onderbouwing onvoldoende was en bevestigde het oordeel van het hof.
De Hoge Raad benadrukt dat het beslag onrechtmatig was, maar dat de schadevergoeding niet kan worden toegewezen zonder voldoende aannemelijkheid van de schade. De vordering tot schadevergoeding werd daarom terecht afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het beslag is onrechtmatig maar schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van schade.