ECLI:NL:PHR:2010:BM4132
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling getuigenverklaring en motivering arrest hof Amsterdam
Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, bij arrest van 5 februari 2009 veroordeeld wegens strafbare feiten. Namens verdachte zijn twee middelen van cassatie voorgesteld. Het eerste middel betrof de eis dat alle feiten en omstandigheden die ten grondslag liggen aan het oordeel over de betrouwbaarheid van een getuigenverklaring volledig in het arrest moeten worden vermeld met opgave van het wettig bewijsmiddel. De Hoge Raad oordeelt dat dit niet noodzakelijk is zolang het hof verwijst naar verklaringen die de getuigenverklaring op wezenlijke punten ondersteunen, waardoor het oordeel niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd is.
Het tweede middel stelde dat terugkeer naar de ouders van de getuige een veilig alternatief was, maar de Hoge Raad constateert dat de getuige zelf verklaarde dat zij ruzie had met haar ouders en bang was teruggestuurd te worden door verdachte, zodat dit middel feitelijk geen grondslag heeft. Beide middelen worden verworpen met toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De Hoge Raad ziet geen reden om ambtshalve het arrest te vernietigen en verwerpt het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.