ECLI:NL:PHR:2010:BM1075
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging partneralimentatie wegens samenwonen als gehuwd volgens artikel 1:160 BW
In deze zaak staat centraal of de partneralimentatieplicht van de man jegens zijn ex-echtgenote eindigt op grond van artikel 1:160 BW Pro, omdat de vrouw samenwoonde met een ander als waren zij gehuwd. Het hof 's-Gravenhage had geoordeeld dat de vrouw niet was geslaagd in het bewijs dat er geen financiële verwevenheid bestond tussen haar en haar vriend, en concludeerde dat de alimentatieplicht per 1 juli 2005 was geëindigd. Tevens werd de vrouw veroordeeld tot terugbetaling van ontvangen alimentatie na die datum.
De vrouw stelde in cassatie dat het hof ten onrechte de bewijslast bij haar had gelegd om het ontbreken van financiële verwevenheid aan te tonen. De Hoge Raad verwijst naar een gelijktijdig behandeld cassatieberoep waarin deze kwesties uitvoerig zijn besproken en concludeert dat de klachten van de vrouw niet slagen.
De Hoge Raad bevestigt daarmee de rechtspraak dat het samenwonen als waren zij gehuwd de alimentatieplicht beëindigt en dat de alimentatiegerechtigde niet hoeft te bewijzen dat er geen financiële verwevenheid is. De beslissing van het hof blijft daarmee in stand en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en de partneralimentatieplicht eindigt per 1 juli 2005.