ECLI:NL:PHR:2010:BM0797

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
15 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01743 B
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 116.2.b SvArt. 3:86 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis over maatstaf beslag en teruggave in strafvordering

Deze zaak betreft een beklag ex art. 94 Sv Pro tegen de teruggave van een heftruck en bulldozer die onder klager in beslag waren genomen. De rechtbank had het beklag ongegrond verklaard, waarbij zij oordeelde dat klager niet voldoende aannemelijk had gemaakt dat hij als rechthebbende van de voorwerpen kon worden aangemerkt.

De Hoge Raad stelt dat bij een beklag ex art. 94 Sv Pro de rechter eerst moet beoordelen of het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Indien dit niet het geval is, dient de teruggave aan de beslagene te worden gelast, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende moet worden beschouwd.

In deze zaak had de OvJ aangegeven de heftruck en bulldozer terug te willen geven aan bedrijven X en Y. De rechtbank had echter een onjuiste maatstaf toegepast door niet te onderzoeken of klager een valide aanspraak had. De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor een nieuwe behandeling en beslissing op het klaagschrift.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor herbeoordeling.

Conclusie

Nr. 08/01743 B
Mr. Vellinga
Zitting: 6 april 2010
Conclusie inzake:
[Klager]
1. De Rechtbank te Roermond heeft bij beschikking van 18 maart 2008 het namens klager ingediende beklag, strekkende tot teruggave aan klager van inbeslaggenomen voorwerpen, ongegrond verklaard.
2. Tegen deze beschikking is namens klager op 26 maart 2008 beroep in cassatie ingesteld.
3. Namens klager heeft mr. A.C.J. Lina, advocaat te Venlo, één middel van cassatie voorgesteld.
4. Nu de Rechtbank niet heeft vastgesteld dat de eigenaar de onderhavige goederen door diefstal verloren heeft, is de motivering van de beslissing van de Rechtbank gelet op het bepaalde in art. 3:86 lid 1 BW Pro zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk.
5. Het middel slaagt.
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en verwijzing naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG