ECLI:NL:PHR:2010:BL8761
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende bewijsmotivering in hoger beroep
In deze zaak heeft het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, verzoeker veroordeeld wegens drie feiten. Namens verzoeker is cassatie ingesteld tegen de begrijpelijkheid en afdoendheid van de bewijsmotivering met betrekking tot feit 5 subsidiair.
De Hoge Raad constateert ambtshalve dat het hof bij de bewijsvoering heeft volstaan met een opgave van bewijsmiddelen zonder de inhoud daarvan uit te werken, terwijl de raadsman vrijspraak heeft bepleit voor het betreffende feit. Dit is in strijd met artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat vereist dat de beslissing moet steunen op de inhoud van in het vonnis opgenomen bewijsmiddelen.
Omdat de juistheid van het cassatiemiddel niet kan worden beoordeeld zonder de uitwerking van de bewijsmiddelen, kan het arrest op dit punt niet standhouden. De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest en wijst de zaak terug aan het hof voor hernieuwde berechting en afdoening van het beroep, uitsluitend ten aanzien van feit 5 subsidiair.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting van feit 5 subsidiair.