ECLI:NL:PHR:2010:BL8761

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
25 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/02838
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359 SvArt. 415 SvArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende bewijsmotivering in hoger beroep

In deze zaak heeft het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, verzoeker veroordeeld wegens drie feiten. Namens verzoeker is cassatie ingesteld tegen de begrijpelijkheid en afdoendheid van de bewijsmotivering met betrekking tot feit 5 subsidiair.

De Hoge Raad constateert ambtshalve dat het hof bij de bewijsvoering heeft volstaan met een opgave van bewijsmiddelen zonder de inhoud daarvan uit te werken, terwijl de raadsman vrijspraak heeft bepleit voor het betreffende feit. Dit is in strijd met artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat vereist dat de beslissing moet steunen op de inhoud van in het vonnis opgenomen bewijsmiddelen.

Omdat de juistheid van het cassatiemiddel niet kan worden beoordeeld zonder de uitwerking van de bewijsmiddelen, kan het arrest op dit punt niet standhouden. De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest en wijst de zaak terug aan het hof voor hernieuwde berechting en afdoening van het beroep, uitsluitend ten aanzien van feit 5 subsidiair.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting van feit 5 subsidiair.

Conclusie

Nr. 08/02838
Mr Jörg
Zitting 16 maart 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 29 mei 2008 verzoeker wegens drie feiten veroordeeld.
2. Deze zaak hangt samen met de strafzaak tegen verzoeker met griffienummer S 08/04263 waarin ik heden eveneens concludeer.
3. Namens verzoeker heeft mr. V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld. Het klaagt over de begrijpelijkheid en afdoendheid van de bewijsmotivering ten aanzien van feit 5 subsidair.
4. Ambtshalve constateer ik dat het hof ten aanzien van de bewijsvoering heeft volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
5. Het krachtens art. 415, eerste lid, Sv ook voor de behandeling in hoger beroep toepasselijke art. 359, derde lid, Sv luidt:
"De beslissing dat het feit door de verdachte is begaan, moet steunen op de inhoud van in het vonnis opgenomen bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Voor zover de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend, kan een opgave van bewijsmiddelen volstaan, tenzij hij nadien anders heeft verklaard dan wel hij of zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit."
Het achtste lid luidt:
"Alles op straffe van nietigheid."
6. De aan het proces-verbaal van de appèlzitting van 15 mei 2008 gehechte pleitnota houdt in dat de raadsman ten aanzien van het - door het hof bewezenverklaarde - feit 5 subsidiair vrijspraak heeft bepleit. In strijd met de wet heeft het hof niet de inhoud van de drie tot bewijs gebezigde bewijsmiddelen voor dit feit weergegeven. Aangezien de juistheid van het cassatiemiddel niet kan worden beoordeeld omdat de bewijsmiddelen niet zijn uitgewerkt kan het arrest op dit punt ambtshalve dus geen stand houden, ook al klaagt het middel niet specifiek over het geconstateerde manco in het arrest.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, ten einde op het bestaande beroep, maar dan enkel ten aanzien van feit 5 opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G