4. Voor zover voor de beoordeling van het middel relevant, houden de gedingstukken het volgende in:
a. Een akte van uitreiking, gehecht aan het dubbel van de dagvaarding van verdachte om te verschijnen ter terechtzitting van de Kantonrechter in het arrondissement Rotterdam, zitting houdende te Schiedam, van 23 november 2005, houdt in dat die dagvaarding, na tevergeefse aanbieding op het GBA-adres van de verdachte, op 12 september 2005 is uitgereikt aan de griffier van de Rechtbank te Rotterdam en op dezelfde dag als gewone brief naar het GBA-adres van verdachte is verzonden.
b. Het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg van 23 november 2005 houdt in dat verdachte aldaar niet is verschenen en dat verdachte bij de centrale balie van de Rechtbank te Rotterdam een verzoek tot uitstel heeft gedaan. De Kantonrechter heeft de behandeling van de zaak voor onbepaalde tijd aangehouden en de oproeping van de verdachte tegen de nadere terechtzitting gelast.
c. Een akte van uitreiking, gehecht aan het dubbel van de oproeping van verdachte om te verschijnen ter terechtzitting van de Kantonrechter in het arrondissement Rotterdam, zitting houdende te Schiedam, van 21 juni 2006, houdt in dat die oproeping, na tevergeefse aanbieding op het GBA-adres van de verdachte, op 28 maart 2006 is uitgereikt aan de griffier van de Rechtbank te Rotterdam en op dezelfde dag als gewone brief naar het GBA-adres van verdachte is verzonden.
d. Het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg van 21 juni 2006 houdt in dat verdachte aldaar niet is verschenen en dat gebleken is dat verdachte op dat moment gedetineerd was. De Kantonrechter heeft de behandeling van de zaak voor onbepaalde tijd aangehouden en de oproeping van de verdachte tegen de nadere terechtzitting gelast.
e. Een akte van uitreiking, gehecht aan het dubbel van de oproeping van verdachte om te verschijnen ter terechtzitting van de Kantonrechter in het arrondissement Rotterdam, zitting houdende te Rotterdam, van 23 februari 2007, houdt in dat die oproeping, na tevergeefse aanbieding op het GBA-adres van de verdachte, op 1 december 2006 is uitgereikt aan de griffier van de Rechtbank te Rotterdam en op dezelfde dag als gewone brief naar het GBA-adres van verdachte is verzonden.
f. Blijkens de aantekening van het mondeling vonnis is verdachte op 23 februari 2007 door de Kantonrechter bij verstek veroordeeld tot de hiervoor onder 1. vermelde straf. Volgens de akte van uitreiking, gehecht aan voornoemde aantekening, is op 28 maart 2007 tevergeefs gepoogd de mededeling uitspraak aan verdachte in persoon uit te reiken. Op 4 april 2007 is voornoemde mededeling teruggezonden aan de afzender.
g. Blijkens een akte van uitreiking is de mededeling uitspraak op 14 juli 2007 aan verdachte in persoon betekend.
h. Een akte rechtsmiddel, houdt in dat verdachte op 17 juli 2007 hoger beroep heeft ingesteld tegen voormeld vonnis.
i. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 2 juli 2008 houdt onder meer het volgende in:
"Ten tijde van de behandeling van de zaak in eerste aanleg bevond ik mij in het buitenland. Ik wist achteraf pas van de terechtzitting in eerste aanleg. Rond februari/maart ben ik uit het buitenland teruggekomen. Ik heb toen de inleidende dagvaarding van de terechtzitting van 23 februari 2007 gezien."