1 Ontleend aan de beschikking van het hof Arnhem van 1 april 2008 (p. 5 t/m 7 onder het kopje 'De vaststaande feiten') in verbinding met de beschikking van de rechtbank Zutphen van 28 juni 2006 (p. 1 onder het kopje 'De vaststaande feiten'), en aan de onbestreden inhoud van processtukken.
2 Zie de beschikking van de rechtbank Zutphen van 28 juni 2006 onder het kopje 'Het verloop van de procedure'. Op het inleidend verzoekschrift zelf is echter als datum 24 oktober 2005 vermeld.
3 Het verzoekschrift tot cassatie is op 1 juli 2008 ingekomen ter griffie van de Hoge Raad.
4 De rechtsoverwegingen zijn, op een enkele uitzondering na, niet genummerd.
5 HR 19 december 2003, LJN AM2379, NJ 2004, 140.
6 Zie het cassatieverzoekschrift onder 2.1.
7 Bij beschikking voorlopige voorzieningen van de rechtbank 's-Gravenhage d.d. 20 september 2001, overgelegd als prod. 1 bij verweerschrift zelfstandige verzoeken, is een partneralimentatie van f 8000 per maand vastgesteld. Vanaf januari 2004 heeft de man een bijdrage ad € 2400 bruto per maand betaald (jaarlijks geïndexeerd).
8 Zie over een door partijen beoogde wijziging van huwelijkse voorwaarden staande huwelijk: verweerschrift tegen verzoek tot echtscheiding sub 7 en verweerschrift zelfstandige verzoeken sub 7.
9 Vgl. cassatieverzoekschrift p. 18, voetnoot 46, verwijzend (via voetnoot 27) naar verweerschrift in hoger beroep sub 4-8.
10 Zie Asser-De Boer, 2006, nr. 620 met verdere verwijzingen.
11 Verwezen wordt (via cassatieverzoekschrift onder 1.12) naar het verweerschrift zelfstandige verzoeken sub 20-22.
12 Productie D bij verweerschrift in hoger beroep, tevens incidenteel appel en zelfstandig verzoek.
13 De aangifte IB 2000 is overgelegd als prod. 3 bij verzoekschrift in hoger beroep.
14 Dit geldt eveneens voor de bedragen betreffende 2000: volgens de aangifte IB f 207.194, volgens het overzicht 1990-2000 f 104.558 voor correctie en f 113.674 na correctie.
15 Een vindplaats is niet vermeld. Vermoedelijk gaat het om de in het p-v van de zitting van het hof (p. 2, 2e alinea) opgetekende stelling van de advocaat van de vrouw: "Dit is een bijzondere zaak waarin je wat meer jaren terug mag gaan om meer te middelen tussen de goede en de slechte jaren."
16 Vgl. HR 2 februari 1996, LJN ZC1983, NJ 1996, 569 (rov. 3.2).
17 Verwezen wordt naar de stellingen van de man in (kennelijk) het verweerschrift zelfstandige verzoeken sub 20-22, de stellingen van de vrouw in haar brief van 2 mei 2006 aan de rechtbank (sub 6) en de toelichting op grief I, p. 6.
18 Het onderdeel noemt kennelijk per abuis een bedrag van € 150.000.
19 Zie p. 14, 2e alinea en p. 15 van de beschikking onder het kopje 'De afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden'.
20 Verweerschrift in hoger beroep sub 20 resp. sub 45 (incidentele grief 3).
21 HR 12 maart 1999, LJN ZC2871, NJ 1999, 384 (rov. 3.2); HR 19 oktober 2001, LJN AB2742 (rov. 3.2.4); Asser-De Boer, 2006, nr. 620.
22 Zie ook de berekening in het verweerschrift in cassatie onder 90 t/m 92 (op basis van de gegevens 2008). Het komt niet onaannemelijk voor dat - zelfs indien de vrouw geen aftrekposten heeft - na aftrek van de heffingskorting een netto maandinkomen resteert dat hoger is dan waarvan het hof is uitgegaan. Hiervan uitgaande faalt de klacht bij gebrek aan belang.
23 Verwezen wordt naar de behoeftespecificatie, overgelegd als prod. 1 bij verweerschrift/zelfstandige verzoeken in eerste aanleg.
24 Brief d.d. 2 mei 2006 aan de rechtbank, sub 9. Niet werkelijk gemaakt zijn o.m. de kosten van een werkster (sub 15) en verzorging/kleding (sub 19).
25 Zie verweerschrift zelfstandige verzoeken sub 24-46.
26 HR 9 oktober 2009, LJN BI9288, NJ 2009, 489.
27 Verzoekschrift in hoger beroep, p. 10.
28 Verweerschrift in hoger beroep sub 33.
29 Vgl. HR 7 december 2007, LJN BB3670, NJ 2007, 644 en de conclusie vóór deze uitspraak van A-G Spier sub 7.2 alsmede HR 12 juni 2009, LJN BH4723, NJ 2009, 274 en de conclusie vóór deze uitspraak van A-G Spier sub 5.2.
30 Asser Procesrecht/Veegens-Korthals Altes-Groen (2005), nr. 51.