ECLI:NL:PHR:2010:BL5558
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Certificering van aandelen en het concernvoortzettingsvereiste in de overdrachtsbelasting
De zaak betreft een geschil over de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd aan X B.V. vanwege het niet langer voldoen aan het concernvoortzettingsvereiste na certificering van aandelen.
Belanghebbende had in 2000 een onroerende zaak verkregen met toepassing van de interne-reorganisatievrijstelling. In 2002 werden de aandelen in belanghebbende overgedragen aan Stichting F, waarbij certificaten van aandelen werden uitgegeven aan C Holding B.V. De Inspecteur stelde dat Stichting F geen onderdeel was van het concern, waardoor de vrijstelling verviel en naheffing plaatsvond.
Het Hof oordeelde dat Stichting F niet als vennootschap kon worden aangemerkt en dat certificering niet gelijkgesteld kon worden met aandelenbezit, waardoor het concernvoortzettingsvereiste niet langer werd voldaan. Belanghebbende stelde cassatieberoep in met het argument dat certificaten gelijkgesteld moeten worden met aandelen, waardoor het concernvoortzettingsvereiste wel werd voldaan.
De Hoge Raad overweegt uitgebreid de fiscale en juridische betekenis van certificering, verwijst naar relevante beleidsbesluiten, jurisprudentie en wetsgeschiedenis, en bevestigt dat certificaathouders onder omstandigheden als (on)middellijke aandeelhouders kunnen worden aangemerkt. Dit betekent dat certificering niet per definitie leidt tot het vervallen van het concernvoortzettingsvereiste. De zaak benadrukt het belang van economische eigendom en zeggenschap bij de beoordeling van certificering in fiscale context.
De Hoge Raad bevestigt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd omdat Stichting F niet tot het concern behoorde volgens de toen geldende wetgeving, maar erkent dat onder huidig recht en beleid certificering mogelijk anders beoordeeld zou worden. De uitspraak geeft daarmee belangrijke richtlijnen voor de interpretatie van certificering in het kader van overdrachtsbelasting en concernbegrip.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting is terecht opgelegd omdat belanghebbende niet langer deel uitmaakte van het concern na certificering van aandelen.