ECLI:NL:PHR:2010:BL5439
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Verzoekster diende op 23 februari 2009 een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling bij de rechtbank 's-Gravenhage, dat bij vonnis van 16 oktober 2009 werd afgewezen. Het hof 's-Gravenhage bekrachtigde dit vonnis bij arrest van 22 december 2009. Verzoekster stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
De afwijzing was gebaseerd op het oordeel dat verzoekster niet te goeder trouw was geweest ten aanzien van het ontstaan en/of onbetaald laten van een belangrijk deel van haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Dit oordeel steunde op het feit dat zij, ondanks haar financiële problemen en het gebruik van een kredietfaciliteit om eerdere leningen af te lossen, toch een hogere lening aanging waarvan zij wist of had moeten weten dat zij die niet kon voldoen.
Daarnaast was onduidelijk waarvoor het restant van de lening was gebruikt, ondanks dat een deel was aangewend voor aflossing van eerdere schulden. Verzoekster's verklaringen hierover werden onvoldoende onderbouwd bevonden. Klachten over het oordeel van het hof werden door de Hoge Raad verworpen, die tevens oordeelde dat het arrest niet innerlijk tegenstrijdig was en dat het vereiste van goede trouw betrekking heeft op de gehele periode van vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
De conclusie van de Advocaat-Generaal was dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat het arrest gehandhaafd moest blijven.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van goede trouw.