ECLI:NL:PHR:2010:BL4329
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid van niet-bedongen rente als arbeidsbeloning bij directeur-grootaandeelhouder
In deze zaak staat centraal of een directeur-grootaandeelhouder (dga) de rente op zijn schuld aan zijn BV niet hoeft te betalen en of deze niet-bedongen rente aftrekbaar is als loonkosten bij de BV. De dga heeft de renteloze rekening-courantschuld gebruikt voor consumptieve bestedingen en privé-beleggingen. Hij heeft de normrente als loon in box 1 aangegeven, terwijl de BV de rente als loonkosten in aftrek wilde brengen.
De rechtbank en het hof oordeelden dat het niet-ontvangen rentebedrag niet tot de winst van de BV kan worden gerekend, noch als aftrekbare loonkosten kan worden opgevoerd. De rentevrijstelling wordt gezien als loon in natura belast bij de dga, en de BV mag deze niet dubbel aftrekken. De belanghebbende stelde dat sprake was van een informele kapitaalstorting, maar dit werd verworpen omdat geen sprake was van verrijking van de BV door de dga als aandeelhouder.
De Hoge Raad bevestigt dat het afzien van rente door de BV ten gunste van de dga als loon in natura belast is bij de dga en niet aftrekbaar is als loonkosten bij de BV. De samenhang tussen vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting zorgt voor een evenwichtige fiscale behandeling. Het beroep op eerdere arresten inzake werknemersopties en informele kapitaalstortingen faalt, evenals de motiveringsklacht tegen het hof.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt daarmee de eerdere uitspraken van rechtbank en hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de niet-bedongen rente niet aftrekbaar is als loonkosten bij de BV.