ECLI:NL:PHR:2010:BL4108

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
6 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03393
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 25 WAMArt. 15 WAM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt straf voor rijden zonder rijbewijs ondanks verzekeringsaspecten

De verdachte is door het gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot drie weken hechtenis wegens rijden zonder geldig rijbewijs. Het hof motiveerde de straf mede met het argument dat een aanrijding door een bestuurder zonder rijbewijs verstrekkende gevolgen kan hebben voor slachtoffers, omdat zo'n bestuurder niet verzekerd zou zijn.

De verdachte stelde cassatie in tegen deze motivering, waarbij werd aangevoerd dat volgens de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) slachtoffers hun schade kunnen verhalen op het Waarborgfonds Motorverkeer, ook als de bestuurder zonder rijbewijs rijdt. De Procureur-Generaal stelde in zijn conclusie dat het hof's overweging onbegrijpelijk is, omdat de verplichte verzekering ook schade aan derden dekt, ongeacht het rijbewijs van de bestuurder. Wel kan de verzekeraar de schade terugvorderen van de verzekeringnemer.

Desondanks oordeelde de Procureur-Generaal dat de overige feiten en omstandigheden die het hof in aanmerking nam, zoals de eerdere veroordelingen van de verdachte en de ernst van het feit, voldoende grond bieden voor de opgelegde straf. Daarom adviseerde hij het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad volgde dit advies en verwierp het cassatieberoep, waarmee de straf van drie weken hechtenis onverminderd in stand bleef.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de straf van drie weken hechtenis voor rijden zonder rijbewijs.

Conclusie

Nr. 08/03393
Mr Jörg
Zitting 9 februari 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verzoeker is door het gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 6 mei 2008 wegens rijden zonder rijbewijs veroordeeld tot drie weken hechtenis. Daarnaast heeft het hof de tenuitvoerlegging gelast van de eerder bij vonnis van de kantonrechter te Rotterdam van 31 mei 2005 opgelegde voorwaardelijke hechtenis van een week.
2. Namens verzoeker heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel komt op tegen 's hofs motivering van de opgelegde straf.
4. Het arrest bevat de volgende strafmotivering:
"Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zonder rijbewijs deelgenomen aan het verkeer. Door aldus te handelen heeft de verdachte blijk gegeven van ernstige miskenning van zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer. Tevens kan een door hem veroorzaakte aanrijding verstrekkende gevolgen hebben voor eventuele slachtoffers, omdat een bestuurder van een motorrijtuig rijdend zonder daartoe bevoegd rijbewijs niet verzekerd is. Hiertegen dient dan ook te worden opgetreden. Blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 22 april 2008, is de verdachte reeds vele malen eerder veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.
Het hof is dan ook van oordeel dat alleen een geheel onvoorwaardelijke hechtenis van na te melden hoogte een passende reactie vormt."
5. Volgens de toelichting op het middel is 's hofs overweging dat een door verzoeker veroorzaakte aanrijding verstrekkende gevolgen kan hebben voor eventuele slachtoffers omdat een bestuurder van een motorrijtuig rijdend zonder (geldig) rijbewijs niet verzekerd is onbegrijpelijk, nu uit art. 25 van Pro de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) volgt dat slachtoffers van aanrijdingen de door hen geleden schade kunnen verhalen op het Waarborgfonds Motorverkeer, indien de bestuurder van het motorrijtuig die de aanrijding heeft veroorzaakt zonder rijbewijs heeft gereden.
6. Het middel klaagt terecht over de begrijpelijkheid van 's hofs overweging. Los van hetgeen in de toelichting wordt gesteld omtrent schadeloosstelling van eventuele slachtoffers door het Waarborgfonds Motorverkeer, wil ik het volgende opmerken. De wettelijke aansprakelijkheidsverzekering - welke verplicht is voor alle motorvoertuigen - dekt de schade die het verzekerde motorvoertuig aan een derde heeft toegebracht. Inderdaad hanteren verzekeringsmaatschappijen het rijden zonder rijbewijs als uitsluitingsclausule in hun algemene voorwaarden, maar dit beding geldt alleen tegenover de verzekeringnemer en niet tegenover de derde aan wie schade is toegebracht. Dit betekent dat óók ingeval de feitelijke bestuurder van het verzekerde motorvoertuig zonder geldig rijbewijs heeft gereden, de aan het slachtoffer toegebrachte schade vergoed dient te worden door de verzekeringsmaatschappij. Wel brengt de uitsluitingsclausule met zich mee dat de verzekeringsmaatschappij gerechtigd is om de aan het slachtoffer uitbetaalde schadevergoeding terug te vorderen van de verzekerde (art. 15 WAM Pro).(1) Het slachtoffer dat schade heeft geleden als gevolg van een aanrijding veroorzaakt door een verzekerd motorvoertuig waarvan de bestuurder zonder rijbewijs reed, wordt dus niet gekort in zijn verhaalsrecht op en schadeloosstelling door de verzekeringsmaatschappij. Gelet hierop is 's hofs overweging dat een aanrijding veroorzaakt door een bestuurder van een motorrijtuig rijdend zonder geldig rijbewijs verstrekkende gevolgen kan hebben voor eventuele slachtoffers omdat deze bestuurder niet verzekerd is, niet zonder meer begrijpelijk. Hetgeen het middel aanvoert omtrent schadeloosstelling van eventuele slachtoffers door het Waarborgfonds Motorverkeer behoeft mijns inziens verder geen bespreking.
7. Het middel is terecht voorgesteld. Tot cassatie behoeft dit echter niet te leiden, nu de overige door het hof in aanmerking genomen feiten en omstandigheden (zie onder 4) - die het middel voorts niet aanvalt - de door het hof opgelegde hechtenis van drie weken zelfstandig kunnen dragen.
8. Andere gronden waarop Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.
9. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G
1 Zie Kamerstukken II 1976/77 14 281, nr. 3, p. 19-20.